Kinderen uit groep 5 en 6 leren woorden sneller als ze het bijbehorende gebaar zien of nadoen. Vooral bij woorden voor concrete zaken, zoals beitelen en boetseren, treedt dit effect op. Dat blijkt uit het proefschrift van Jacqueline de Nooijer (Erasmus Universiteit).

De Nooijer plaatst wel enkele kanttekeningen, bijvoorbeeld dat kinderen met lage taalvaardigheden juist gehinderd lijken te worden door gebaren. Ook zouden volwassenen nieuwe woorden beter leren door de gebaren alleen te observeren, en niet door ze na te doen. (Kennislink)

Vorige Volgende