Kinderen leren sneller nieuwe woorden als woordenschatoefeningen verspreid over de week worden aangeboden in plaats van geconcentreerd op één dag. Daarnaast onthouden ze meer woorden na het maken van oefentoetsen dan na het overschrijven van de definities van de woorden, of na het maken van reguliere woordenschatoefeningen. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van psychologe Nicole Goossens.

Goossens onderzocht of twee geheugenstrategieën, namelijk het spreiden van leermomenten en het ophalen van informatie uit het geheugen, effectief zijn bij het leren van nieuwe woorden door basisschoolleerlingen. Beide methodes blijken een positief effect te hebben, al kennen ze ook hun grenzen. Zo blijkt bijvoorbeeld het spreiden van de oefeningen over vier dagen niet effectiever te zijn dan het spreiden over twee dagen. (Erasmus Universiteit Rotterdam)

Vorige Volgende