Dt-fouten komen vooral voor bij zogeheten homofone werkwoordsvormen, dus vormen die hetzelfde klinken, zoals word en wordt en gebeurd en gebeurt. Taalkundige Dominiek Sandra van de Universiteit Antwerpen onderzocht in opdracht van het tijdschrift Eos wanneer het fout gaat in ons hoofd: als we het druk hebben, wordt de capaciteit van ons werkgeheugen overschreden, en dan worden de meeste dt-fouten gemaakt. In dat geval krijgt de spellingvorm die we het vaakst zien, meestal de overhand - en schrijven we 'ik wordt' in plaats van het juiste 'ik word', terwijl we de regels eigenlijk best wel weten. (De Standaard)

Vorige Volgende