Canadese wetenschappers beweren dat ze de code van het Voynichmanuscript hebben gekraakt. Het mysterieuze handschrift uit de vijftiende eeuw is misschien wel het beroemdste onderzoeksobject voor cryptografen. Velen hebben de 240 pagina’s proberen te ontcijferen, maar steeds zonder resultaat. Daar lijkt nu dus verandering in te zijn gekomen. 

De wetenschappers, die verbonden zijn aan de universiteit van Alberta, stellen dat ze de taal van het manuscript hebben weten te achterhalen met behulp van kunstmatige intelligentie. Ze trainden een computersysteem in 380 talen en lieten het vervolgens bepalen in welke taal het Voynichmanuscript geschreven zou zijn. Conclusie: het Hebreeuws ligt het meest voor de hand. Met dit idee in hun achterhoofd zijn de wetenschappers de tekst opnieuw gaan onderzoeken. De theorie dat de woorden misschien alfagrammen zijn (de letters van een woord staan dan op alfabetische volgorde), bleek de sleutel: de tekst bleek inderdaad uit Hebreeuwse woorden te bestaan. Volgens de onderzoekers staat zo’n 80 procent van de woorden die ze nu ontcijferd hebben in het Hebreeuwse woordenboek. 

De eerste zin van het manuscript zou ongeveer zo luiden: “Ze deed aanbevelingen bij de priester, de man van het huis en mij en bevolking.” De wetenschappers proberen nu de rest van het manuscript te ontcijferen en hopen hulp te krijgen van historici die gespecialiseerd zijn in het Oudhebreeuws. Of de code werkelijk gekraakt is, zal de tijd uitwijzen. (Het Nieuwsblad, Science Alert)

Vorige Volgende