Uit een serie experimenten van Franse en Zweedse onderzoekers blijkt dat werken met gereedschap weleens zou kunnen helpen bij het verbeteren van het begrip van zinsbouw.

Binnen het onderzoek moesten proefpersonen een nijptang van dertig centimeter gebruiken om kleine pinnen in de juiste gaten te steken. Behalve deze fijn-motorische opdracht kregen de proefpersonen zinnen voorgelegd waar zij vragen over moesten beantwoorden. Hierbij werden ook zinnen gebruikt met een wat complexere zinsbouw zoals: “De schrijver die de dichter bewondert, schrijft een opstel.”

Tijdens het uitvoeren van de taken werd de hersenactiviteit van de proefpersonen gemonitord in een MRI-scanner. Daaruit bleek dat zowel het uitvoeren van de precisietaak met de nijptang als het verwerken van de zinnen met complexe zinsbouw hetzelfde gebied in de hersenen activeert: de basale ganglia, een regio betrokken bij het verstand, gevoelens en de bewegingscoördinatie. Verder bleek dat proefpersonen die eerst de zinsverwerkingstaak kregen gevolgd door de gereedschapstaak, bij het opnieuw uitvoeren van de zinsverwerkingstaak beter scoorden dan een controlegroep die niet met gereedschap werkte.

Volgens de onderzoekers leert dit ons misschien iets over de ontwikkeling van de menselijke taal: het is mogelijk dat het gereedschapsgebruik van onze voorouders heeft bijgedragen aan de vorming van complexere zinnen. De gevonden resultaten kunnen ook nuttig zijn bij de ontwikkeling van protocollen die mensen met taalstoornissen helpen betere zinnen te produceren.

Bron: KIJK

Vorige Volgende