Weinig studenten Nederlands door ‘saai’ schoolvak Nederlands?

In de discussie over de afname van het aantal studenten Nederlands wijzen veel mensen met de beschuldigende vinger naar het schoolvak Nederlands. Dat zou saai zijn, gaat te weinig in op literatuur en te veel op trucjes. Geen wonder dat middelbare scholieren geen zin hebben om hier nóg meer tijd aan te besteden als ze eenmaal gaan studeren. Is die beschuldiging terecht? Is de terugloop van het aantal studenten Nederlands inderdaad grotendeels te wijten aan dat schoolvak?

Als u niet alleen stemt, maar ook een reactie achterlaat (wat we hopen!), zeg er dan nog even bij wat u gestemd hebt. Uw stem wordt niet vermeld bij uw reactie.

Deze poll is gesloten. De uitslag was als volgt:

vooral te wijten aan de saaiheid van het schoolvak Nederlands(177 stemmen, 31%)

te wijten aan heel andere factoren(402 stemmen, 69%)

Velden met een * zijn verplicht.

Reacties Er zijn 51 reacties

Naomi Jansen

In de media verscheen deze week dat het allemaal aan de docent Nederlands ligt dat minder studenten zich aanmelden. Wat een onprofessionele, demotiverende uitspraak, die enkel gebaseerd is op aannames.

Wat mij betreft ligt het aan twee dingen:
- de inhoud van het vak (zowel op de universiteit als op de middelbare school) en de onterecht elitaire (en daardoor ontoegankelijke en een te groot aandeel innemende) positie van literatuur
- de oude, vastgeroeste rotten in het vak die zich tevergeefs vasthouden aan hun eigen onderwijsvisie en hiermee de herinrichting van het vak in de weg staan

Maak dit vak net zo leuk als het vak geschiedenis en laat leerlingen journalistieke vaardigheden beter ontwikkelen. 

Bij deze mijn ideeën:
Taalkunde (ondergeschoven kindje) onderdeel maken van het curriculum! Meer aandacht voor:
- geschiedenis van onze taal
- sociolinguïstiek
- psycholinguïstiek
- neurolinguistiek
- dialecten
- taal en (social) media
- taal en dieren

Zo af en toe heb ik hier tijd voor tijdens mijn lessen, maar helaas veel te weinig, omdat ik heel veel bezig ben met bijvoorbeeld het leren interpreteren van examenvragen (compleet nutteloos), spelling en grammatica.

Laat schrijfvaardigheid en journalistieke vaardigheden centraal staan en laat spelling en formuleren daar op de bovenbouw enkel onderdeel van zijn.

Laat schrijfvaardigheid onderdeel zijn van het eindexamen Nederlands. 

Zullen we het lezen van wereldliteratuur ook toestaan op de bovenbouw?

Ik geef nu acht jaar Nederlands op een middelbare school (voornamelijk op de bovenbouw) en ik zou graag mee willen denken aan het opnieuw inrichten van de domeinen!

Jaap Haasnoot

Ik heb Nederlands op de HBS (heel) vroeger nooit saai gevonden. Ik ging wel scheikunde studeren. Lezen naast de studie bleef altijd. De taal schrijven leerde ik pas na mijn studie, toen wetenschappelijke publicaties in het Engels moesten, dan leer je het verschil tussen die twee talen. O wee, als je dan in het Nederlands fouten maakte. Verengelsing is er zeker, maar daar kun/moet je zelf tegen strijden. Dochter heeft Nederlands gestudeerd; dat vond ik geweldig. Ze heeft een leuke baan in haar vakgebied. Optimistisch zijn, die studenten komen echt weer terug!

Helge Bonset

Het schamele aantal studenten Nederlands is in de eerste plaats te wijten aan de opsplitsing en onherkenbaarheid van de studie aan veel universiteiten, ten tweede aan de verengelsing van het hoger onderwijs, en ten derde aan de wijze waarop universitaire Neerlandici als Witte, Van Oostendorp en Bennis het schoolvak in de landelijke pers succesvol geframed hebben als saai: wie gaat er nu een vak studeren waarvan je steeds maar leest en hoort dat het saai is? De universiteiten zouden de hand eens in eigen boezem moeten steken als het gaat om de terugloop van studenten Nederlands.
Het zal duidelijk zijn dat ik gestemd heb voor andere factoren.

Rosalind Hengeveld

Ik interesseer me wel voor taal, maar niet voor literatuur. Fonologie, Gotisch, generatieve grammatica – de schrik van veel studenten Nederlands – dat vind ik nou juist leuk. Literatuur kan me gestolen worden. Daarom ben ik geen Nederland gaan studeren. Wel heb ik tijdens mijn studie (wiskunde) een college vergelijkende Indo-Europese taalwetenschap gevolgd bij (niemand minder dan) Robert Beekes. Ik wil maar zeggen: dat iemand geen Nederlands gaat studeren, is niet altijd een kwestie van te weinig literatuur.

Emile Michel Hobo

Ik denk dat het voor een belangrijk deel interessanter gemaakt kan worden door meer ruimte te bieden voor hoe je creatief kan schrijven en hoe je dus ook teksten analyseert. De taal zelf is niet alleen belangrijk, maar ook wat je ermee kan. Op de middelbare school kan je ook al uitleggen dat je in sommige verhalen bijvoorbeeld duidelijk een protagonist hebt en een antagonist. Je kan dan ook laten zien hoe karakters in elkaar steken. Ik heb zelf wel eens geprobeerd wat te schrijven als middelbare scholier, maar het liep spaak op te uitgebreide gedetailleerde omschrijvingen van omgevingen en ik had geen flauw benul van hoe ik karakters op moest bouwen. Dat viel mij toen ook al op.

Anders dan dat lijkt het me handig om de Nederlandse grammatica anders te onderwijzen. Ik vind zelf de kamers zoals ze vaak genoemd worden zoals die in het Latijn tot naamvallen leiden heel handig om de structuur van een zin te bespreken. (Officieel moet ik dan even een kanttekening plaatsen dat je maximaal 8 naamvallen en dus functies in een taal kan hebben.) Je kan ook met elkaar gaan discussiëren over hoe eenvoudig of hoe moeilijk het Nederlands moet zijn. De schrijfwijze van het Nederlands is nu ronduit inconsistent en niet te bevatten. Ik kies meestal zelf maar een conventie voor mijn complete tekst en daar houd ik me dan maar aan. Het is een beetje de vraag hoe je Nederlands eenvoudig houdt met behoud van nuance en bij voorkeur toch ook wel volledig conjugerende werkwoorden. Niets mis mee, dat subjunctief. Ik wil geen eenspraak, maar wel eenduidige grammaticale regels, zonder uitzonderingen.

Renée Jaarsma

Ik heb zelf Nederlands gestudeerd en wat mij eigenlijk vooral is bijgebleven zijn de negatieve reacties van anderen op die keuze. Op de middelbare school werd ik gepusht om bèta-vakken te kiezen, omdat ik dat kon. Niet dat die vakken mijn passie of interesse hadden (geschiedenis, filosofie, talen wél), maar een bèta-vak dat is een echt vak. Boodschap: alleen als je niet anders kan, ga je de alfakant op. Helaas was het ook roostertechnisch op school niet mogelijk toch geschiedenis als examenvak te kiezen. Ook toen ik na een jaar Delft mijn studie afbrak en lekker alsnog Nederlands ging studeren, heb ik me vijf jaar moeten verdedigen tegen vooroordelen over de superioriteit van de Msc-titel ten opzichte van de humatoria. Als we niets doen aan het ophemelen van bèta en het negatieve beeld van alfa in het algemeen, waaronder de aanname dat je alleen docent kan worden en geen geld gaat verdienen (wat zeker niet voor iedereen opgaat - ik ben zelf consultant in de infrastructuur, een andere studiegenoot heeft meerdere huiswerkinstituten en een ander is autojournalist) kan ik me wel voorstellen dat leerlingen geen Nederlands willen studeren. En het begint al met de profielkeuze: Jesse Frederik van de Correspondent heeft hier ook een mooi artikel over geschreven ‘Leerlingen durf een cultuurprofiel te kiezen’ via https://decorrespondent.nl/7914/leerling-durf-een-cultuurprofiel-te-kiezen/2589442645284-af08247c?fbclid=IwAR20TjDS46bGImqsbLCAy5puO_63eBx1aTaPb3E_e1jooy5JZizLoOqtkyg.

Naar mijn bescheiden mening kun je met zo’n giga vooroordeel over de hele alfakant aan de inhoud van het vak Nederlands sleutelen wat je wil. Maar dat zal dan niet helpen.

Hans de Wolf

Ik weet niet echt wat de oorzaak is. Terugdenkend aan mijn schooltijd komt wel het beeld terug dat creatief ‘spelen met taal’ nauwelijks aan bod gekomen is. Opperlands en wat daar bij hoort heb ik pas later ontdekt.

Het leren van de ‘trucjes’ is wel wat saai, maar geeft houvast bij het gebruiken van taal als gereedschap. Nederlandse literatuur werd veelal ervaren als saaie boeken die je las omdat het moest, niet voor je plezier. Combinatie met geschiedenis, waarbij die literatuur duidelijker in een tijdscontext wordt geplaatst zou het wellicht interessanter maken.

En, zoals ik al noemde, aandacht voor het creatief omgaan met taal kan het aantrekkelijker maken.

Even een disclaimer: ik ben een echte beta, en heb na mijn middelbare school gekozen voor een technisch-wetenschappelijke opleiding.

A. de Kater

Door de voorbeeldfunctie van BN’ers in het spreekgedrag, de z.g. Gooise “R” met een rollende G ervoor en het gebruik van hun i.p.v. zij, wordt het spreken al niet gemakkelijk gemaakt. Wanneer we dan ook nog met zijn allen spreken over “succesVOL” i.p.v. succesrijk en in deze zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen, is het begrijpelijk dat er in de jeugdjaren grote verwarring ontstaat. Dat men dan niet verder wil gaan met de Nederlandse taal, maar wel met Engels, (wat overigens bar slecht wordt gesproken) is voor mij duidelijk.

NvM

Ik ben Nederlands gaan studeren omdat ik houd van het spelen met taal en het uitzoeken hoe complexe constructies werken. Mijn interesse en enthousiasme werd eerder getemperd dan gestimuleerd tijdens de midelbare school. Ik had een geweldige docent, maar de stof was erg theoretisch en daardoor vaak saai. Pas tijdens de studie zelf kreeg ik waardering voor strominge in de poëzie bijvoorbeeld, omdat ik nu concreet zie wat een stroming met de woorden en de taal doet. Tijdens de middelbare school was dit alleen maar een stel kenmerken uit het hoofd leren zonder daar iets concreet mee te kunnen. Als er meer aandacht is voor het plezier van taal, zou dat helpen denk ik.

René Speur

Als oude Muloklant wilde ik wat meer in 1976. Het werd VWO, diploma 1980. Ik had een bevlogen docent Nederlands, ik heb mede dankzij zijn lessen mijn luiheid overwonnen en een werkstukje over Slauerhoff gemaakt (op een manier die toen gebruikelijk was) dat ik een paar jaar geleden - met veel plezier - heb afgestoft en op internet gezet. Leve betrokken docenten die zorgen dat saaiheid niet toeslaat. https://rspeur.blogspot.com/