Moeten we fonetischer spellen?

Maurice de Hond wil af van het onderscheid tussen ou en au en tussen ij en ei, zo betoogde hij gisteren in de Volkskrant. Je hoort het verschil niet, en dus kun je de klanken ook consequent op dezelfde manier schrijven, vindt hij.

Inderdaad is een van de grondslagen van de spelling dat we een klank steeds weergeven met een bepaald letterteken. Maar soms krijgt de geschiedenis van een woord voorrang. We schrijven bijvoorbeeld zij en zei, omdat de klinkers in deze woorden vroeger verschillend klonken. Dat heet het etymologisch principe. Andere voorbeelden zijn ligt/licht, erwt [‘ert’] en eens [‘is’].

 

Deze poll is gesloten. De uitslag was als volgt:

Nee, blijf van de spelling af(973 stemmen, 88%)

Ja, schaf verschil au/ou en ij/ei af(86 stemmen, 8%)

Ja, spel (bijna) alles fonetisch(48 stemmen, 4%)

Velden met een * zijn verplicht.

Reacties Er zijn 92 reacties

Gert Ringenoldus

Zou dat gedoe met die iPad’s op zijn bijzondere scholen toch niet zo goed werken om kinderen een beetje spellen te leren?

Dick

Om het kort samen te vatten: geheel eens met Ron Willard.
Verder dient men te bedenken dat bij geschreven taal de informatie van stem en mimiek afwezig zijn. Dat wordt, behalve door zuiver formuleren, ook opgevangen door het woordbeeld, de spelling dus.
Tenslotte: de spelling kan wel verbeterd worden, m.n. de spelling van bastaardwoorden. Op het ogenblik worden als geheel normaal Nederlands ervaren woorden nog steeds bijvoorbeeld op z’n Engels, Frans of Portugees gespeld. (computer, café, cacao; volgens Nederlandse regels: kompjoeter, kafee, kakou). Al denk ik dat „computer” nog best vervangen kan worden door „rekenaar”.

Flip

Laat Maurice eerst maar eens lekker hoog scoren bij het Nationaal Dictee. Daarna kunnen we het er nog eens over hebben. De verarming die hij voorstelt omdat hij het allemaal niet weet is mij te makkelijk. Bovendien heeft hij niet verder nagedacht dan zijn IQ hoog x breed x lang is en al helemaal niet diep is, want de veranderingen leveren meer obstakels op dan ze wegnemen.

Marijke Scholten

Het punt is dat er wel degelijk een groot verschil is tussen een koutje een een kauwtje (ook in klank overigens) en een zinsnede als ’ zij zei dat zij zei ’ wordt helemaal een beetje een geitenbrij als je geen ‘ei’  meer hebt. Ik heb trouwens niet de indruk dat er veel onderwijstijd aan spelling wordt besteed, dus hoeveel zou je er eigenlijk mee winnen?

Sandra

Maurice hoort geen verschil tussen au en ou. Zou dat iets te maken hebben met de manier waarop men in het westen die klanken tegenwoordig vaak uitspreekt? Ou met de scherpte van au, bijvoorbeeld. Zoals ‘wij’ daar vaak als wai klinkt? De oplossing is dan om het verschil, de juiste uitspraak, aan te leren. Bij het op een hoop gooien van ei en ij vindt er taalverarming plaats. Juist de verschillen in schrijfwijze bieden ruimte voor het spelen met taal. Gun dichters en schrijvers hun gereedschap!

Ron Willard

Maurice heeft zijn ‘ij’ gelegd, maar het zou natuurlijk volkomen onlogisch zijn om een béétje fonetisch te gaan spellen, waarmee dan ook maar een beetje tijd in het onderwijs bespaard zou worden. Begrijp me goed, ik ben tegen, maar helaas staat het voor mij correcte antwoord niet bij de poll. Het antwoord “nee, blijf van de spelling af” vind ik namelijk te ver gaan. Alsof de complete huidige spelling, met die tenenkrommende regels voor de tussen-n bijvoorbeeld, onaantastbaar zou moeten zijn.

Michel van Megen

Het is in sommige gevallen wel handig maar ijs is iets anders dan eis. Of mauw is iets anders dan mouw. Tenzij de kat aan je mouw trekt tijdens het mauwen en daarbij in je arm bijt. Dan kan je beter ijs erop leggen dan een eis bij de kat.

KM Schilstra

Studenten die vroeger ontgroend zijn vinden ontgroenen een heel zinnige traditie. Zij zijn vrijwel de enigen maar hebben het door moeten maken en hechten er (dus) aan.
Het enige inhoudelijke probleem van een spellingsvereenvoudiging is dat er meer woorden komen die je hetzelfde moet spellen maar die in de uitspraak iets heel anders betekenen. Denk aan mini ster vs. Minister (Opstelten of op stelten) of vóórkomen vs. voorkómen.
Voor de rest is het een enorme vereenvoudiging.
Een vereenvoudiging ongetwijfeld zal worden tegengehouden door mensen die gedwongen waren het ingewikkelde spellen te leren, die ontgroend zijn, die met Zwarte Piet zijn opgegroeid of die gewoon een hekel aan die Mories hebben…

Roemer Lievaart

We zein het zat!

Het Nederlands is nodeloos ingewikkeld. Het kofschip, -dt, onregelmatige werkwoorden, is het nu pannekoek of pannenkoek? Sollicitaties afgewezen vanwege spelfouten, terwijl: ligt dat aan de schrijver of aan de taal? 

Daarom wordt het tijd om het Nieuw-Nederlands in te voeren. Een veel simpelere en consequentere taal, die zowel makkelijk te begrijpen als veel sneller te leren is. We nemen de grammaticale elementen over uit het Engels wat daar simpeler is en behouden het goede, en schaven her en der nog wat bij.

“Het” wordt “de”
Het Engels kent ook alleen maar “the”. Daarom schaffen we vanaf nu “het” af. Alles is gewoon “de”. Simpel en helder. De Nederlands wordt daarmee veel simpeler te leren. De jongen, de meisje, de kattenvoer. De aanwijzende “dat” wordt dus ook “die”: die huis.
“Het”/”dat” blijft alleen bestaan als niet-lidwoord, bijvoorbeeld in: Het is mooi weer; heb je dat gedaan?

Verschillende meervouden zijn te ingewikkeld.
Waarom de ene keer –en, de andere keer –s, en weer een andere keer –eren achter de woord geplaatst? Vanaf nu eindigen alle meervouds, net als in de Engels, gewoon op –s. Kats. Banaans. Kinds. Bus’s.

De kofschip wordt tot zinken gebracht.
Waarom dat gedoe met –d of –t (en soms –en)? Gewoon altijd een d in de verleden tijd. Ik plasde, ik bliefde, wij kookden, jij hebt getypd. Ik praatde. Ik heb geloopd.

(hieronder vervolgd)

Roemer Lievaart

(vervolg)

Onregelmatige werkwoords worden regelmatig.
Ik valde. Hij hebde zijn portemonnee geverliesd. Wij slaapden. Uitzondering: de werkwoord zijn.

Geen rare medeklinkerverandering meer aan de einde van werkwoords.
Wij lezen, dus ik leez, en ik heb geleezd. Ik beev.
Waarom soms wel en soms niet ge-? Gewoon altijd.

Waarom is het “uitgelachd” maar “gestofzuigd”? En ik hoor geen verschil tussen (jij) geloovt en (jij hebt) geloovd. Oplossing is simpel: voltooid deelwoord altijd met ge- ervoor: Hij hebde jou niet gegeloovd. Ik hebde haar geverwend. Zij hebt mij geuitlachd. Wij zijn tien jaar geverloofd. Ik heb lekker geëetd.

Panne(n)koek? Geen van beide.
De tussen-n bij samenstellings verdwijnt. En de tussen-s ook. En de –e. Klinkt gelijk een stuk strakker, net als in de Engels. Pankoek, Koningdag, mierneuken, bedgoed, paardbloems, aapnoot.

Samen stellings lekker los
De Engels doet het simpeler, dus wij nu ook. Spaties. Geen streepjes en niet aan elkaar: Eerste Hulp kliniek, Zuid Afrikaanse ongevals verzeekering polis. Minimum inkomen. Zee eend ei. Alleen als de betekenis door de samen voeging echt verandert blijft het aan elkaar:  Computervirus (virus is geen echt virus meer). Pankoek en koekpan (koek is geen echte koek meer). Mugziften. Binnenpret. Kaaskops. Hoofdstuks.

Bij twijfel is beide goed.

Wie zit er te wachten op –dt?
Als de stam van een werkwoord eindigt op d, word er geen t achter geplaatst. Doe niet zo gek.
Je word geroepen. Vind hij dat ook?

A = A en niet soms AA
We hebben nu balen en ik baal. Vallen en ik val. Waarom verdubbelen medeklinkers? Waarom is een a soms een a en soms een aa? Onlogisch.  Een l is altijd een l, een a altijd een (korte) a, een aa altijd een lange aa, en een i is geen ie. Vrijwel ale dubele meedeklinkers zulen daarom vervalen. Eenig, beezig, laat ons biden. Vreede op aarde, de autoo, een cietroen. Nieuwe speling, een speeling van de lot.

Een word ’n, één word een.
Omdat ee altijd als lange ee word geuitspreekd, word de onbepaald lidwoord “een” gevervangen door ’n. “Een” schrijvt men waar men vroeger één zou schrijven. Er loopt ’n man oover de stoep. Hij hebt maar een arm. ’n Ooven en magneetron in een.

Meerdere leters voor dezelfde klank? Weg ermee.
IJ word ei, ch word g, c word k of s, ch wordt g, ou word au, q word kw, x word ks, y word ie of j. Gaaos. Beieen. Sgreiven. Suukses. Aksent. Baude uitspraaks. Faute kleers. De roete wordde op kausvoetjes geloopd. Aakwaarieüm. Ksieloofoon. Jogurt. Piejaamaa. Joogaa. 

Klanks worden gesgreivd zooals ze geuitspreekd worden
Leters zein klanks! Dus dit verandert:

-lijk word –luk, -isch word –ies
Vreeseluk, sgrifteluk, fantasties.

-ieuw word –iew, eeuw word –eew, -auw word –au
Niew, leew, sneew, interview (zelfde), blau, akerbau, ‘n man en ’n vrau die raudauen.
aai, ooi en oei worden aaj, ooj en oej: ’n Mooje kat aajen. Stoejen en kloojen.

De h in th vervalt, ph word f, -tie word –(t)sie, mits zoo geuitspreekd.
Teokraatsie. Poolietsie. Fielharmoonie. Aksie. Porsie.

De g die als “zj” word geuitspreekd, word ook zo gesgreivd: garaazje.
Enkele woords kreigen ’n foneetiesere speling: trug, mooter

Aksents verdweinen, treemaas als een nieuwe klinker begint.
Kafee, ’n maneluke prostietuëe, crep paapier, bariëre, geëksalteerd. 

Oeps
Hebben we nu net -dt geäfsgafd, en vervolgens -td getoevoegd aan de einde van werk woords? Hebben we nu egt “ik heb gejatd”? Foej. Weg er mee. Gewoon t.
Ik eetde, maar ik heb geëet. Hei jatde, maar hei hebt gejat.

Buitenlandse woords worden naar keuze fooneeties of in orzjieneele speling gesgreivd.
Computer, kompjoeter. Deelikaatese, delicatesse. Kariëre of carrière. Niew Neederlandse vervoegings van deeze woords worden egter noojt in de orzjieneele speling gesgreivd. Ik heb gekompjoeterd. Ik heb mein bestand geseevd en toen wat gerieleksd.

De aapostrof verdweint
Behalve voor “ ’n ” en “ ‘s “ is de apostrof nergens meer voor nodig: ’n Autoo, twee autoos. ’n Paagienaa, twee paagienaas. Wilmaa hebt ’n beil, dat is dus Wilmaas beil. 

Konkluusie
Het kunt alemaal zooveel eenvaudiger. Neederlands hoevt heelemaal niet moejluk te zein. De sgreiven van Niew Neederlands is, naa eenige oefening, ’n fluitje van ’n sent! Onze taal is geverloederd door ale komplekse reegels van de hooge heeren en daames neerlandikus’s. Met ingewikelde gramaatikaale eelements waar niemand op zit te wagten. Trug naar de baasis is onze moto! Naar de sgoonheid van de eenvaud. 

Reevooluutsie!