‘Je kan’ of ‘je kunt’?

Welk werkwoord zou u invullen in een zinnetje als ‘Je ….. altijd bij mij terecht’? Zou u kiezen voor je kan of voor je kunt?

Er is geen goed of fout antwoord, want volgens de taalboeken mag het allebei (ook volgens de taaladviseurs van Onze Taal). We zijn dus echt op zoek naar uw eigen intuïtie.

Deze poll is gesloten. De uitslag was als volgt:

je kan(319 stemmen, 18%)

je kunt(1502 stemmen, 83%)

Velden met een * zijn verplicht.

Reacties Er zijn 61 reacties

de waard

In mijn herinnering bestond er lang geleden in Amsterdam een juwelierswinkel met als firmanaam Kan. Men adverteerde aldus: wat Kan kan kan Kan alleen!

harry reintjes

ik vergat nog “je hebt”!!! “je heeft”????Kan allemaal wel bij “u”, maar vind wel: consequent zijn.

Lenne

Gevoelsmatig zal ik ‘kunt’ schrijven, ‘kan’ is spreektaal voor mij.

Anoniem

Ik hoor steeds vaker ‘kan’ als tweede persoon, en tot eigen ergernis stoor ik me er enorm aan… Het klinkt gewoon even fout als ‘jij is/ben’ of ‘jij heeft/heb’. Overigens hoor ik ook dikwijls ‘jij zal’ ipv ‘zult’; analoog.

Of wanneer men naar woorden die duidelijk vrouwelijk zijn (bv eindigend op -ie of -ing) met mannelijke voornaamwoorden verwijst… Het gaat me helaas door merg en been. 😊

harry reintjes

Politiek correct zal wel weer zijn: “mag allebei, want je kan (en je zal en je wil) is al zóóó ingeburgerd”. Dat zijn echter 3de-persoonsvormen, vroeger gebruikelijk uit respect/afstand voor de aangesprokene (uedele, uwe majesteit). ook “u is”, maar “je is”? Blij te zien dat in ieder geval van de lezers van onze taal, tot nu toe, +/-80% voor het juiste stemmen.

A.M.T. van Riet-Ruijs

Kan G.J. van Roozendaal zich dat voorstellen, of bedoelt hij écht dat hij er zich iets bíj kan voorstellen 😊?

Irene

Voor mij is ‘je kunt’ gericht tegen een persoon; ik vind ‘je kan’ meer betekenen ‘men kan’. Vergelijk: ‘jij kunt goed fietsen!’ en ‘je kan hier fijn fietsen’.

Frank

Mijn keuze voor ‘je kunt’ is inderdaad intuïtief. Met de persoonsvormen ‘hij’ en ‘ik’ is het (net zo intuïtief) ‘ik kan’ en hij kan’. Ik probeer me voor te stellen hoe het is voor iemand die Nederlands niet als moedertaal heeft. Die zal waarschijnlijk bij enkelvoudige persoonsvormen het woord ‘kan’ gebruiken (ik kan, jij kan, hij kan), maar bij meervoudige persoonsvormen het woord kunnen (zij kunnen, jullie kunnen, wij kunnen). In dat licht heeft het woord ‘kan’ bij enkelvoudige persoonsvormen en ‘kunnen’ bij meervoudige persoonsvormen een zekere mate van consequent zijn, wat zou pleiten voor bij enkelvoud ‘kan’ en bij meervoud ‘kunnen’. Dat is als regel redelijk eenvoudig te onthouden.

Rob

Het ‘mag’ inderdaad allebei, maar bij de tweede persoon geef ik toch de voorkeur aan een een ‘t’—je rent, je maakt, je wilt. Ook je zult, al is “je zal” ook aanvaardbaar.

G.J. van Roozendaal

“Je kunt” klinkt fraaier dan “je kan”. En klank in de taal is van wezenlijk belang.
Sommigen vinden ” je kunt” wat kakkineuzer. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Het zij zo.