‘Je kan’ of ‘je kunt’?

Welk werkwoord zou u invullen in een zinnetje als ‘Je ….. altijd bij mij terecht’? Zou u kiezen voor je kan of voor je kunt?

Er is geen goed of fout antwoord, want volgens de taalboeken mag het allebei (ook volgens de taaladviseurs van Onze Taal). We zijn dus echt op zoek naar uw eigen intuïtie.

Deze poll is gesloten. De uitslag was als volgt:

je kan(319 stemmen, 18%)

je kunt(1502 stemmen, 83%)

Velden met een * zijn verplicht.

Reacties Er zijn 61 reacties

kees van bemmelen

aangezien het werkwoord ‘KUNNEN’ is en niet ‘kannen’ lijkt me “je kunt” de enige akseptabele vorm. sinds wanneer is ‘kan’ overgens gangbaar? ik woon al sinda 1958 niet meer in nederland en ik kan me (dus?) niet herinneren dat ik ooit iemand “je kan” heb horen zeggen. is het misschien uit Vlaanderen afkomstig? of is het een tipisch modern neo-puritanisme, ingegeven door een soort schroom om het engelse woordje te gebruiken dat met een c begint, ipv met een k.?

Lievens Pieter

lees in mijn reactie aub ‘moeten’ i.p.v. moeten…

Pieter Lievens

Ik ben het volmondig eens met wat Irene vandaag schreef. ‘Je kan’ voor ‘men kan’ en ‘jij kunt’ voor de persoonsgerichte vorm.
De voorafgaande vorm ‘je’ of ‘jij’ zal bepalen welke vorm volgt.

Idem voor ‘je zal’ en ‘jij zult’ (maar eigenaardig genoeg klinkt de vorm ‘zult’ hier voor mij zeer onnatuurlijk, geforceerd). En reken maar dat naast ‘je mag’ ‘jij moogt’ naar mijn aanvoelen zelfs afschuwelijk klinkt.

Als Vlaming gebruik ik in de omgangstaal altijd ‘je/jij zal’ en ‘je/jij kan’ en zelfs - het weze me vergeven - ‘je/jij wil’ (‘je wilt’ klinkt voor mij zeer onnatuurlijk, hoe grammaticaal juist ‘je/jij wilt’ ook is). Dat er geen t volgt moet in elk geval beperkt blijven tot deze 4 werkwoorden. Als ‘jij’ of ‘je’ als onderwerp voorafgaat aan de werkwoordsvorm moet alle andere werkwoorden op t eindigen.
Dit is mijn bescheiden mening in dit debat. Je kan, je zal, je wil, je mag ze zelfs verwerpen.

Henk Verkerk

Het is natuurlijk voorspelbaar dat een grote meedereneid van de lezers van Onze Taal de voorkeur geven aan het formeel correcte ‘je kunt’. ‘Op straat’ zou dat wel eens heel anders kunnen zijn.

Guus Rombouts

De nieuwe variant op de ‘kunnen, kennen, kannen’-discussie. Discussies welke alleen maar bestaan dankzij een volk wat geen werkelijke liefde voor de eigen taal heeft, daarom vlucht naar nep-Engels. Het is ‘kunt’, laten we met dit woord niet dezelfde schandelijke weg op gaan als men -niet “we” want velen met mij doen er gelukkig nog steeds niet aan mee-  met ‘hun’. ‘Hun hebben’, ‘hun hadden’. Het was, is en blijft ‘zij’. Dat ‘kan’ volgens de ‘taaladviseurs van Onze Taal’ -wat een dubbelop- allebei mag wil niet zeggen dat ‘kunt’ niet dient te worden geprefereerd.

F. Compernolle

Ik gebruik beide vormen, en ook kun je of kan je. Taal moet kunnen leven met varianten. Welke vorm ik ook gebruik, iedereen begrijpt me.

Jan Verboogen

Ik vind ‘je kan’ informeler, dichter bij de grond, populairder, minder deftig, meer Vlaams, waar dit schering en inslag is, ‘Gang und gäbe’ (Duits). Hou het echter liever bij ‘je kunt’. Ben dan ook Nederlander ondanks vele jaren in Vlaanderen.

Pieter

Ik gebruik ‘je kan’ in informele spreek- en schrijftaal en ‘je kunt’ in andere gevallen

Betty Notenboom

Vroeger, als corrector/redacteur, moest ik ‘kunt’ gebruiken. In spreektaal doe ik dat nooit en als het niemand hindert ook niet in schrijftaal.

Rob schapendonk

Ik vind het verbasterend en ‘n verloedering. Het steekt mij écht dat ik zelfs in schrijven of documenten van overheden en bedrijfsleven deze schrijfvorm tegenkom. Kijk, taal moet en mag leven maar dit is geen gewoon ‘n slechte vervoeving van het werkwoord en gaan we dan alles in onze taal alleen maar -makkelijker- zeggen en schrijven? Laten we het dan rigoreus doen en er ‘ik kan, jij kan, hij/zij kan, wij kan, jullie kan en zij kan’ van maken en vervolgens ‘n béétje moeilijk in de voltooide tijd bij alle persoonsvormen ‘heb gekand’...