‘Die’ als woord voor mensen die zich man noch vrouw voelen

Man met transgendervlag

“Daar loopt die.” Mensen die zich noch man noch vrouw voelen, gebruiken voor zichzelf liever het woordje die dan hij of zij, blijkt uit een inventarisatie van het Transgender Netwerk van een paar jaar geleden. (Zie een artikel over dit en meer op OneWorld.)

Hoe ervaar jij dit?

Ben je zelf non-binair? Dan horen we extra graag je mening!

Deze poll is gesloten. De uitslag was als volgt:

Ik ga niet naar een mens verwijzen met ‘die’(229 stemmen, 40%)

Even wennen, maar als iemand dat wil, dan doe ik dat(169 stemmen, 30%)

Geen probleem!(173 stemmen, 30%)

Velden met een * zijn verplicht.

Reacties Er zijn 53 reacties

Ron de Leeuw

Ik krijg de kriebels van deze taalpolitiek en de evidente zucht om aandacht van sommigen. In het Engelse taalgebied heeft het al meermaals gezorgd voor heftige discussies.

Ik ben geenszins van plan om mijzelf in allerlei vreemde taalconstructies te wringen om zo te kunnen voldoen aan de wensen van de non-binairen.

Er zal één algemeen non-binair persoonlijk voornaamwoord moeten komen met een subject- en objectvorm.

Mensen die menen hun eigen voornaamwoord te moeten bedenken en dat aan anderen op willen leggen moeten bedenken dat het onpraktisch is om meerdere afwijkende voornaamwoorden te moeten onthouden en dat mensen dat dus ook niet gaan doen.

Tevens weiger ik pertinent om willens en wetens grammaticaal incorrecte constructies te gebruiken om zo te voldoen aan de wensen van één klein groepje mensen.

Patrick

Ik vind het in elk geval stukken beter dan het klakkeloos letterlijk uit het Engels vertaalde hen/hun. They en their kán enkelvoud zijn in het Engels, hen/hun in het Nederlands niet.

Olax

Ik vind ‘die’ verwarrend, omdat het ook wat anders kan betekenen. Graag had ik gezien dat de “standaard” anders geworden zou zijn; als we dan toch een plastische nieuwe term (voor een oud fenomeen) verzinnen, waarom dan een bestaand woord gebruiken?
Maar soit, dit is wat de norm lijkt te zijn, dus ik schik me. Het is tenslotte niet míjn naamwoord - waarom zou ik er wat over te zeggen hebben.