suprematie (de)


Citaat

“‘Ook zonder sociale media wisten ze me wel te vinden hoor’, zegt Jeltje van Nieuwenhoven met een lach. ‘Mijn telefoonnummer stond in het telefoonboek en wekelijks had ik wel een schreeuwer op mijn antwoordapparaat. (...) Het is mannelijke suprematie die begint te twijfelen of ze de macht wel kan behouden.’”
(Bron: Vrouwelijke oud-politici: ‘Het zit hem vaak in taalgebruik’ – Sophie Feenstra en Melvin Captein, NOS, 8 maart 2021)

Betekenis

oppermacht, dominantie, alleenheerschappij 

Uitspraak

[su-pree-ma-(t)sie]

Woordfeit

Het Latijnse woord supremus betekent ‘hoogste’. Het is de overtreffende trap van super(us), dat ‘boven’ betekent. Super, superior, supremus: hoog/boven, hoger (‘bovener’), hoogste/bovenste. Het Frans nam supremus over als suprême en in het Engels werd dat supreme. (Denk bijvoorbeeld aan supreme court voor het ‘hooggerechtshof’.) Vervolgens werd er de uitgang -acy achter gezet en ging supremacy ‘hoogste gezag, oppergezag’ betekenen. In het Frans en Nederlands werd dat suprématie en suprematie.

De term suprematie wordt bijvoorbeeld gebruikt in de context van de katholieke kerk, waar de paus de suprematie, het oppergezag, heeft. In de sportwereld duidt suprematie de overheersing door een sporter of een team aan.