malicieus


Citaat

“Sinds medio augustus schrijft het RIVM voor dat in de ouderenzorg mondkapjes toch ‘noodzakelijk’ zijn, ook bij kort contact. Volgens Rutte vooral om de richtlijn ‘gelijk te trekken’ met die voor de ziekenhuiszorg. Dat dat gelijktrekken door het RIVM stilzwijgend gebeurde, was niet handig. Maar: ‘Ik heb niet de indruk dat daar een malicieus motief onder ligt.’”
(Bron: Tweede Kamer harder dan ooit over coronabeleid kabinet: ‘Ik heb het gevoel dat er wordt gelogen’ – Dion Mebius, de Volkskrant, 22 september 2020)

Betekenis

gemeen, kwaadwillig

Uitspraak

[ma-lie-sjeus]

Woordfeit

Malicieus is via het Franse malicieux ontleend aan het Latijnse malitiosus ‘kwaadaardig, sluw, doortrapt’. Letterlijk is het ‘vol van slechtheid’, want het achtervoegsel -osus betekent ‘vol van’ en malitia is ‘boosaardigheid, slechtheid’. Malitia klinkt voor sommigen misschien als een meisjesnaam, maar het is afgeleid van het woord malus, dat ‘slecht’ betekent.

Er zijn tientallen woorden die te herleiden zijn tot een Latijns woord met datzelfde achtervoegsel -osus voor ‘vol van’, bijvoorbeeld scrupuleus, meticuleus en voluptueus.