knevelarij


Citaat

“Want ook die dienst wil langere armen, ook die wil opsporen en levens doorzoeken, maar de Belastingdienst heeft geen enkel excuus voor de goede bedoelingen die leiden tot discriminatie, knevelarij, armoede en ontwrichting van levens.”
(Bron: ‘Pas op voor lange armen met goede bedoelingen’ – Maxim Februari, NRC, 15 juni 2020)

Betekenis

afpersing; het opzettelijk (ten onrechte) opeisen van betalingen door ambtenaren

Uitspraak

[knee-vuh-la-rij]

Woordfeit

Een van de taken van de overheid is het heffen van belastingen, om daarmee zaken van algemeen belang te kunnen betalen. Een ambtenaar kan dus de bevoegdheid hebben om namens de overheid belastingen te innen of betalingen te verrekenen met bijvoorbeeld uitkeringen, toeslagen, enz. Als ambtenaren misbruik maken van deze bevoegdheid en geld van iemand inhouden door te doen alsof die persoon dat aan de overheid moet betalen, terwijl ze weten dat die betalingen helemaal niet verschuldigd zijn, dan heet dat knevelarij. Knevelarij geldt als een ambtsmisdrijf (zie ook de Wikipedia).

Knevelarij hoort bij het werkwoord knevelen, dat letterlijk ‘vastbinden’ betekent. Een knevel is onder meer een touw, band of handboei om iemand mee vast te binden. Omdat iemand vastbinden betekent dat je hem in zijn bewegingsvrijheid belemmert, is knevelen in ruimere zin ook ‘benauwen, kwellen’ en ‘onderdrukken, tiranniseren’ gaan betekenen, en knevelarij ook ‘machtsmisbruik’ en ‘afpersing’.

Een knevel was in ouder Nederlands ook een stokje, staafje of klamp om iets vast te zetten of af te sluiten. Vermoedelijk is zowel de betekenis ‘middel om iemand vast te binden’ als de betekenis ‘(grote) snor’ voortgekomen uit een figuurlijke toepassing van deze betekenis.