hegemonie (de)


Citaat

“Het kon de afgelopen jaren niet op voor Donar, maar de Groningse basketballers lijken de hegemonie in eigen land kwijt te zijn. Hoe heeft het zover kunnen komen? Op zoek naar een verklaring.”
(Bron: Gaat het seizoen voor Donar als nachtkaars uit? – William Pomp, Dagblad van het Noorden, 27 maart 2019)

Betekenis

overwicht, overheersende positie

Uitspraak

[hee-guh-mo-nie] of [hee-gee-mo-nie]

Woordfeit

Hegemonie komt van het Oudgriekse hègemonia, dat ‘opperbevel’ of ‘heerschappij’ betekent. Dat woord is een afleiding van hègemoon ‘voorganger (in letterlijke zin), leider, aanvoerder’, dat weer is afgeleid van het werkwoord hègeisthai ‘de weg wijzen, voorgaan, leiden, aanvoeren’. Aan dat werkwoord hebben we overigens ook exegeet ‘uitlegger, (tekst)verklaarder’ en exegese ‘uitleg, interpretatie (van een tekst)’ te danken.

Oorspronkelijk had hegemonie betrekking op een overheersende positie van een politieke eenheid: “oppermacht van een machtiger staat over zwakkere bondstaten”, aldus de Algemeene kunstwoordentolk van J. Kramers uit 1847. Maar ook in andere contexten kan sprake zijn van hegemonie; vooral in de sportwereld kom je het woord tegenwoordig geregeld tegen.