flegmatiek


Citaat

“Prominente leden eisten het vertrek van JFvD-voorzitter Freek Jansen, en sanering van de jeugdbeweging, die in het voorjaar al eerder in opspraak kwam vanwege anti-semitische uitingen. Ook de altijd flegmatieke Theo Hiddema, de nummer twee, steunde het ultimatum.”
(Bron: Baudet ís Forum voor Democratie. Zijn vertrek stort de partij in chaos – Wendelmoet Boersema, Trouw, 24 november 2020)

Betekenis

onverstoorbaar kalm

Uitspraak

[fleg-ma-tiek]

Woordfeit

Een flegmatiek persoon is onverstoorbaar kalm en gelijkmatig. Iets negatiever gebruikt, kan flegmatiek ook ‘koel’ of ‘ongevoelig’ betekenen. Flegmatiek is de eigenschap die hoort bij iemand met flegma, dat wil zeggen: een onverstoorbare of ijzige kalmte.

Flegma kwam al in het klassiek Grieks voor: phlegma betekende daar ‘brand, ontsteking’ of ‘slijm’. Bij brand denk je misschien niet direct aan kalmte, maar die kalmte hangt dan ook samen met de betekenis ‘slijm’. In oudere geneeskunde dacht men dat het menselijk lichaam beheerst werd door vier lichaamssappen. Slijm was een van die sappen, de andere waren bloed, gele gal en zwarte gal. Deze sappen zouden ook iemands temperament beïnvloeden. Iemand met veel slijm werd gezien als rustig, koel en vasthoudend, terwijl iemand met veel bloed juist energiek en optimistisch zou zijn. Van te veel gele gal werd je driftig (cholerisch, van het Griekse cholè, ‘gal’) en van zwarte gal melancholisch of zwartgallig.

Aan het Griekse phlegma danken we overigens ook het woord fluim voor een klodder slijm of spuug.