filippica (de)


Citaat

“Bovendien waren het niet de filippica’s van Wilders tegen de islam die de val van het kabinet veroorzaakten, maar het geduldige graaf- en spitwerk van de christen-democraat Omtzigt en het SP-Kamerlid Leijten naar het ontsporende toeslagenbeleid.”
(Bron: Waarom geen kabinet voor anderhalf jaar? – Hans Goslinga, Trouw, 14 maart 2021)

Betekenis

tirade, beschuldigende redevoering

Uitspraak

[fie-lip-pie-ka]

Woordfeit

Filippica’s zijn felle redevoeringen die een vermaning, aanklacht of waarschuwing bevatten. Ze zijn het tegenovergestelde van een lofrede. Filippica’s danken hun naam aan Philippos II (of Philippus II), de vader van Alexander de Grote. Philippos was halverwege de vierde eeuw voor Christus koning van Macedonië en wist een deel van Griekenland te veroveren. De Griekse politicus Demosthenes ging in een aantal redevoeringen hevig tegen hem tekeer, en die redes gingen philippica’s heten.

De aanduiding was misschien wel in de vergetelheid geraakt als die niet was hergebruikt door de beroemde politicus en redenaar Cicero, enkele eeuwen later. Cicero noemde zijn eigen politieke redevoeringen tegen Marcus Antonius, die volgens hem op weg was een dictator te worden, ook Philippica’s (in het Latijn voluit: Philippicae Orationes). Ze kostten hem uiteindelijk zijn leven – maar het woord heeft de tand des tijds doorstaan.