filibusteren


Citaat

“De Tories in het Hogerhuis hadden aangekondigd de behandeling van de wet te zullen blokkeren door te gaan filibusteren, eindeloos debatteren. Maar vannacht raakte bekend dat de wet tegen morgenavond 18 uur (...) goedgekeurd moet geraken, waarna hij maandag finaal door het Lagerhuis kan worden aangenomen, vlak voor de werkzaamheden van het parlement voor vijf weken opgeschort worden.”
(Bron: Tories in Hogerhuis laten verzet tegen brexit-wet vallen, Johnson gaat in campagnemodus – Het Laatste Nieuws, 5 september 2019)

Betekenis

een vertragingstactiek toepassen, m.n. in de politiek

Uitspraak

[fie-lie-bus-tuh-ruhn]

Woordfeit

Het werkwoord filibusteren en het zelfstandig naamwoord filibuster duiden een politieke vertragingstactiek aan: een tactiek om de behandeling van een controversieel onderwerp (vaak een wet) ernstig te vertragen, veelal in een poging het helemaal van de agenda te krijgen. Het woord komt uit het Amerikaans-Engels, waar het sinds de negentiende eeuw in deze betekenis wordt gebruikt.

Het Etymologisch woordenboek van het Nederlands vat de geschiedenis van filibuster als volgt samen: “De term werd ooit specifiek gebruikt voor de zeerovers in het Caraïbisch gebied en in de jaren 1850 ook voor avonturiers die aan het hoofd van een eigen legertje een Midden-Amerikaanse staat probeerden te veroveren. In diezelfde tijd ging men in de VS filibuster gebruiken als aanduiding van verschillende vormen van obstructie in het Amerikaanse parlement, waarna rond 1880 de betekenis versmalde tot één bepaalde obstructievorm waarbij de tegenstanders urenlang aan het woord bleven om de invoering van een wet tegen te houden (…).”

Er zit een Nederlands tintje aan dit woord: het Engelse filibuster komt van het Spaanse filibustero (‘piraat’), dat waarschijnlijk via het Frans afkomstig is van het Nederlandse vrijbuiter, een oud woord voor ‘kaper’, ‘zeerover’ of ‘avonturier’. Dat woord is afgeleid van vrijbuit of vrije buit: ‘buit waarover degene die hem verwerft als eigendom kan beschikken’.