craquelé (het)


Citaat

“Om een kopie er niet ‘kraaknieuw’ uit te laten zien, vervuilt ze het [doek] soms met wat omber. Maar moedwillig craquelé aanbrengen, zoals in Het geheim van de meester wel wordt gedaan, dat gaat haar te ver. ‘Je mag zien dat het nu geschilderd is.’”
(Bron: ‘Lisa Wiersma kent alle schildertrucs van Rembrandt en Vermeer’ – Harmen van Dijk, Trouw, 15 februari 2021)

Betekenis

(met) kleine barstjes

Uitspraak

[kra(k)-kuh-lee]

Woordfeit

Craquelé is een term die vooral bekend is uit de schilderkunst, net als het bijbehorende werkwoord craqueleren. In de verf en vernislaag van schilderijen kunnen na verloop van tijd kleine scheurtjes en barstjes ontstaan, waardoor een schilderij er van dichtbij gezien een beetje ‘verdroogd’ uitziet. Het hangt van de gebruikte materialen en natuurlijk de ouderdom van een werk af hoe craquelé het eruitziet. Een beroemd voorbeeld is de Mona Lisa. Niet alleen verflagen kunnen craqueleren, maar ook andere materialen, zoals het glazuur van aardewerk en porselein.

Craquelé is zowel een bijvoeglijk naamwoord (‘Het is nogal craquelé’) als een zelfstandig naamwoord: de craquelé heeft als synoniem de craquelure. De woorden zijn van oorsprong Frans en hangen samen met het werkwoord craquer, dat ‘kraken, barsten’ betekent. Het zijn klanknabootsingen (onomatopeeën): ze bootsen het geluid van kraken en barsten na, net als het Nederlandse kraak en kraken zelf.