arcadia (het)


Citaat

“Lieve Joris (65) maakte er nooit een geheim van waar ze vandaan kwam: een witte villa op een grote lap grond bij het kanaal in Neerpelt. We wandelen op een warme augustusdag in het arcadia van haar jeugd.”
(Bron: Lieve Joris over haar drugsverslaafde broer: ‘Fonny heeft ervoor gezorgd dat mijn instinct voor gevaar goed ontwikkeld is’ – Humo.be, 18 september 2018)

Betekenis

lieflijk oord

Uitspraak

[ar-ka-die-a]

Woordfeit

Arcadia of Arcadië is de naam van een dunbevolkte, bergachtige landstreek in het zuiden van Griekenland. In de Oudheid was het afgelegen en slecht bereikbaar en leidden de herders die er woonden een erg schamel bestaan. Juist doordat het zo afgelegen was, kreeg het de naam van een ongerept, lieflijk gebied – of zelfs “een lustoord, waar herders, herderinnetjes en goden zich de lieve lange dag fluitspelend en flirtend vermeien in de schone natuur, zonder ooit door ziekten, hagelbuien of onroerend-goedbelasting te worden geplaagd”, zoals Ewoud Sanders het omschrijft in zijn Geoniemenwoordenboek uit 1995. Arcadia werd zo een ander woord voor ‘lieflijk, paradijselijk oord’; synoniemen van het bijbehorende bijvoeglijk naamwoord arcadisch zijn onder meer idyllisch en bucolisch.

De (te) rooskleurige reputatie van Arcadia was vooral te danken aan enkele klassieke schrijvers, zoals Vergilius. Ook in de kunst kregen arcadia en arcadisch na verloop van tijd een eigen betekenis: een arcadia is een herdersroman (een literair genre dat tot in de achttiende eeuw populair was), en arcadische poëzie, arcadische literatuur en arcadische schilderkunst zijn kunstvormen die geïnspireerd zijn op het landleven of herdersleven en die het ongerepte, lieflijke karakter daarvan idealiseren.