amalgaam (het)


Citaat

“In het weekeinde hebben oppositiegroepen, inclusief vertegenwoordigers van betogers, een verkennende ontmoeting gehad met de militaire raad. Vraag lijkt of het amalgaam van groepen erin slaagt om met één mond te spreken.”
(Bron: Alweer een machtswisseling in Soedan; wie heeft er nou de leiding, en wat zijn de intenties? – Mark Schenkel, de Volkskrant, 14 april 2019)

Betekenis

mengelmoes; vermenging van een metaal met kwik

Uitspraak

[a-mal-gaam]

Woordfeit

Het woord amalgaam gaat waarschijnlijk terug op het Griekse werkwoord malassein, dat ‘week maken’ betekent. Het woord heeft wel een bijzondere route afgelegd, namelijk via het Arabisch. De Griekse vorm malagma ‘weekmakend middel’ werd, met het Arabische lidwoord al ervoor, al-malgam, ‘de weekmakende zalf’. Als almagama of amalgama werd het vervolgens in het middeleeuws Latijn in alchemistische kringen gebruikt voor de (weke, zachte) mengeling van kwik met een ander metaal. Zo kwam het woord in de zeventiende eeuw in het Nederlands terecht. De figuurlijke betekenis ‘mengelmoes’ is in de negentiende eeuw ontstaan.