schalks


Citaat

“Máxima bleek het woord schalks niet te kennen. In die zin was ze goed ingeburgerd.”
(Bron: ‘Happy Birthday’ – Derek Hogeweg, de Groninger Krant, 18 mei 2021)

Betekenis

guitig, grappig ondeugend, vrolijk plagend

Uitspraak

[schalks]

Woordfeit

In een West-Vlaamse tekst uit de dertiende eeuw is voor het eerst het woord schalks aangetroffen, om precies te zijn: scalxs. Het had alleen nog niet de betekenis die het nu heeft. Schalks betekent nu ‘ondeugend’, maar dan op een leuke manier, ‘grappig plagend’. Maar dat was aanvankelijk heel anders: schalks betekende ronduit ‘slecht, gemeen’. In de loop der eeuwen verschoof de betekenis naar ‘sluw’. Dat is nog steeds niet heel positief, maar gaandeweg kreeg het sluwe de bijklank ‘handig, slim’, en zo werd het woord al iets minder negatief. In de negentiende eeuw zette de betekenis ‘ondeugend’, ‘guitig’ en ‘vrolijk plagend’ door. 

Schalks is een afleiding van het woord schalk, dat een vergelijkbare betekenisontwikkeling laat zien. Een schalk was ooit een knecht of lijfeigene. Vervolgens werd de schalk een ‘misdadiger’, een ‘deugniet’ en tot slot een onschuldige ‘grappenmaker’.

Het oude schalk zit ook in maarschalk: dat was ooit de ‘paardenknecht’. (Maar komt van een oud woord voor ‘paard’, net als merrie.) Later klom hij via ‘stalmeester’ en ‘opperstalmeester’ op tot ‘hofbeambte’, om tot slot ‘hoge ambtenaar aan het hof’ en ‘hoogste militair’ te worden.