claque (de)


Citaat

“Een sterke leider als Rutte verdient ook sterk tegenspel. In de Amerikaanse democratie zie je wat er gebeurt als de politieke vrienden van de president zich niet als kritische tegenmacht gedragen, maar als claque.”
(Bron: De premier groeit het Torentje uit – Hans Goslinga, Trouw, 25 april 2020)

Betekenis

groep ingehuurde toejuichers

Uitspraak

[klak]

Woordfeit

Een claque is een groepje ingehuurde (toe)juichers, ‘klapvee’ zogezegd. Eén individuele klapper is een claqueur. In Frankrijk waren claqueurs met name in de opera te vinden: ze werden betaald om luid te juichen bij een operavoorstelling. De zestiende-eeuwse toneelschrijver Jean Daurat was een van de eersten die er de voordelen van inzag: als hij gratis kaartjes weggaf voor zijn voorstellingen, in ruil voor applaus, leverde dat zijn werk veel bekendheid en populariteit op. Maar Daurat had het ook niet van zichzelf, want het inhuren van toejuichers is al zo oud als de weg naar Rome. De Romeinse keizer Nero liet zich, als hij optrad, al toejuichen door vijfduizend van zijn soldaten.

Dat claque de gedachte aan een kliek oproept, is begrijpelijk. In beide gevallen gaat het om een besloten groepje personen, al dan niet rond een leider die ze toejuichen. Beide woorden bootsen overigens een geluid na. Het Franse claquer, waar claque van is afgeleid, betékent namelijk niet alleen ‘klappen’, maar imiteert ook het geluid ervan, het geluid van applaus. Het Franse cliquer betekent ‘weerklinken’ en ook dat woord klinkt zoals weerklinken klinkt. Zowel in het Frans als in het Nederlands ging clique of kliek een groepje mensen aanduiden waarbinnen dezelfde meningen weerklinken.