De rommelige spelling uit de Middeleeuwen werd in de eeuwen daarna steeds meer eenvormig. Men zag in dat het gebruik van verschillende woordvormen naast elkaar onhandig is en langzaam maar zeker vielen er bepaalde varianten af. Voor een deel verliep dit proces vanzelf, voor een ander deel werd het gestuurd.

Taalgeleerden gingen zich steeds meer bezighouden met de beregeling van zowel de spelling als de grammatica. Ze vonden dat de volkstaal de laatste eeuwen zo verwaarloosd was dat de taal opnieuw opgebouwd diende te worden. Als voorbeeld werd het Latijn gekozen, omdat dat tot dan toe de belangrijkste schrijftaal was. Daardoor werd bijvoorbeeld het al in onbruik rakende Nederlandse naamvalssysteem aangepast aan het Latijnse systeem en werd het weer streng toegepast in de schrijftaal.
Bij de opbouw van de moedertaal speelden vervolgens twee processen een belangrijke rol, namelijk de verheerlijking en de zuivering van het Nederlands.

Verheerlijking van het Nederlands

Door de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en de Val van Antwerpen (1585) was er in Nederland een gevoel van nationaal bewustzijn ontstaan. Dat zorgde ervoor dat steeds meer schrijvers het Nederlands verheerlijkten tot een bijna heilige taal. In verschillende werken werden de geweldige eigenschappen van de Nederlandse taal beschreven. Taalgeleerden vonden de taal zo bijzonder, dat ze niet begrepen waarom ze in het dagelijks leven zo weinig gebruikt werd. Om die reden riepen schrijvers dan ook op tot opbouw van de taal. Er moest bijvoorbeeld een duidelijke grammatica komen. Het beroemdste voorbeeld van zo'n oproep tot verheerlijking is de proloog van de Twe-spraack vande Nederduitsche letterkunst uit 1584, een van de eerste uitgebreide grammatica's.

In zijn Grond-Steenen van een vaste Regieringhe (1621) beschrijft auteur Johan de Brune de bijzondere eigenschappen van het Nederlands:

"Een tael vol van haer selfs, vol sins, vol soetigheden,
Vol van vernuft, van geest, van kracht, van stercke leden:
Die met d'Hebreeusche tael end haer geslacht, verwint,
In aert, tijt, kortigheyt, al d'ander, die men vint."

 

Zuivering van het Nederlands

Bij een Nederlandse standaardtaal hoorden geen buitenlandse woorden. In de loop van de tijd waren er echter steeds meer Franse en Latijnse woorden in het Nederlandse terechtgekomen. De taal moest dus worden gezuiverd van deze zogenoemde bastaardwoorden. De woorden werden uit de woordenboeken verwijderd of ze werden vervangen door een Nederlandse variant. In het naamvalsysteem moest de Latijnse term singularis bijvoorbeeld plaatsmaken voor het Nederlandse enkel ghetal (enkelvoud).

Ondanks de inspanningen die werden verricht rond de opbouw en beregeling van de volkstaal, liet een officieel vastgelegde spelling nog lang op zich wachten. Pas in 1804 kreeg Nederland een uniforme spelling: de spelling-Siegenbeek.
 

Meer informatie over de periode na de Middeleeuwen

  • Uitgebreide site over de Tachtigjarige Oorlog. Informatie over geschiedschrijvers, bronnen, en letterkunde. Met teksten uit die tijd.