Resultaat van jarenlange spellingstrijd

Een van de grootste spellingconflicten in de geschiedenis was de strijd om vereenvoudiging van de spelling. Deze strijd, die woedde tussen 1891 en 1940, werd lange tijd geleid door de taalkundige Roeland Anthonie Kollewijn (1857-1942). Hij was van mening dat het spellen op dat moment veel te moeizaam ging door ingewikkelde en onlogische regels.

Om die reden moesten volgens hem onder andere overbodige klanken en letters worden geschrapt. Mensch werd uitgesproken als mens, waarom werd het dan anders geschreven? Hetzelfde gold voor woorden op -lijk: moeilijk klonk als moeilik, en zo zou het dus ook geschreven moeten worden, vond Kollewijn. Daarnaast moesten de naamvalsuitgangen verdwijnen.

Pas in 1934 werd er door de overheid gehoor gegeven aan de ideeën van Kollewijn. De -ch aan het eind van het woord werd geschrapt, maar woorden op -lijk bleven zoals ze waren. De toenmalige minister van Onderwijs Marchant stelde de spelling-Kollewijn verplicht voor het onderwijs. De overheid zelf schreef nog wel volgens de spelling-De Vries en Te Winkel.

Spellingbesluit van de Prins-Regent van 9 maart 1946

Artikel 1. De conclusies die genomen worden en de regels die voorgesteld worden door de Nederlandsch-Begische Commissie, opgericht overeenkomstig de gezamenlijke verklaring door de Belgische en Nederlandsche regeeringen op 20 maart 1944 te Londen afgelegd, worden (...) aangenomen voor het onderwijs van het Nederlandsch, voor de administratieve briefwisseling, voor den Nederlandsche tekst der wetten en besluiten en, in het algemeen, voor alle openbare akten uitgaande van de wettig aangestelde overheid.


De overheid gaat zich bemoeien met de spellingstrijd

De 'strijd' hield nog lange tijd aan. Maar tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde de overheid tot een 'spellingvrede' te komen. Samen met de Vlaamse overheid besloot zij de spelling-De Vries en Te Winkel eens goed onder de loep te nemen. Er werd een Vlaams-Nederlandse commissie samengesteld die de nieuwe spelling moest verzorgen. De wijzigingen werden in Vlaanderen in 1946 ingevoerd en in Nederland een jaar later, in 1947. In datzelfde jaar werd de eerste spellingwet van kracht: de officiële spelling zou voortaan moeten worden gevolgd door zowel de overheid als het onderwijs, en zou gelden in officiële examens.

Vanwege de invoering van de spellingwet, moesten de regels van de spelling en de woordenlijst van het Nederlands nauwkeurig worden vastgelegd. In 1954 resulteerde dit in het allereerste Groene Boekje, de Woordenlijst van de Nederlandse taal. Dit eerste Groene Boekje schreef veertig jaar lang de officiële spelling voor. Het Groene Boekje van 1995 was de eerste herziening ná 1954.