In de loop van de tijd was er bij taalkundigen een interesse ontstaan voor het samenstellen van een goed, volledig woordenboek. Er bestonden al wel soortgelijke werken, maar deze waren eigenlijk nooit populair geworden. Bovendien ontbraken veel woorden. In 1851 werd op het Taal- en letterkundig Congres te Brussel daarom besloten om een gezamenlijk woordenboek van het Nederlands en het Vlaams te maken. De twee taalgeleerden Matthias de Vries en Lammert te Winkel zouden in de redactie plaatsnemen. Het zou uiteindelijk resulteren is het grootste historische woordenboek ter wereld, namelijk het Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) in 28 delen.

Lammert te Winkel licht de basisregel der spelling toe:

“Richt u in het schrijven naar de beschaafde en zuivere uitspraak, hetwelk men gewoon is den Regel der Beschaafde Uitspraak te noemen, vloeit dus onmiddellijk uit de natuur van het schrift voort en werd door Prof. Siegenbeek te recht als de ‘natuur- of grondwet’ der Spelling aangemerkt.” Uit het artikel: 'De Algemeene Spellingregels, en de spelling der woorden air, hair, meir, doir en oir aan die regels getoetst.'  De Taalgids 1860, jrg. 2.

Nieuwe spelling: balans tussen Siegenbeek en Bilderdijk

Voor zo'n uitgebreid woordenboek was een universele spelling nodig. En daar ontbrak het op dat moment aan. Door de conflicten tussen Siegenbeek en Bilderdijk was er op het gebied van de spelling een kloof ontstaan. Het 'gewone' volk schreef zoals Siegenbeek hun dat voorschreef, maar literaire schrijvers weken daarvan af en spelden volgens Bilderdijk. In de nieuwe spelling moest er daarom een balans worden gevonden tussen deze twee groepen. Een dergelijke spelling verscheen in 1863. De Vries en Te Winkel presenteerden hun werk onder de titel Grondbeginselen der Nederlandsche spelling. Ontwerp der spelling voor het aanstaande Nederlandsch Woordenboek. Ook zij wilden, net als Siegenbeek, niet te veel afwijken van hoe men nu schreef. Daarom bleven veel regels hetzelfde. In sommige gevallen werd er echter voor Bilderdijk gekozen. Het Siegenbeekse blaauw en vleyen wordt bijvoorbeeld vervangen door het Bilderdijkse blauw en vleien. Woorden als kaghel en lagchen worden in de spelling De Vries-Te Winkel kachel en lachen. Dit paste volgens de taalgeleerden beter bij de uitspraak van het woord en bovendien was de g-klank zo op dezelfde manier geschreven als in de namen Jochem, Lochem en Mechelen. Naast de afweging van de ideeën van Siegenbeek en Bilderdijk werden er ook nieuwe regels aan de spelling toegevoegd. Zo werd er voor het eerst expliciet aandacht besteed aan de scheiding van woorden bij het afbreken: konin-gen of koning-en? Ook het los of aaneenschrijven van woorden komt aan bod.

België accepteert spelling onmiddellijk, Nederland pas later

Opvallend is dat België de nieuwe spelling vrijwel onmiddellijk accepteert. Al in 1864 wordt de spelling verplicht voor de overheid en het onderwijs. In Nederland duurt dit veel langer. Pas na zes jaar wordt de spelling doorgevoerd in het onderwijs, de overheid volgt kort daarna. Maar niet iedereen kan zich achter de nieuwe spelling scharen: al snel ontstaat er een heftige spellingstrijd met als inzet vereenvoudiging van de spelling. Deze 'oorlog' eindigt pas met de spelling Marchant in 1934 en het verschijnen van het eerste Groene Boekje in 1954.
 

Links met informatie over de spelling-De Vries en Te Winkel

  • neon.niederlandistik.fu-berlin.de/
    De geschiedenis van het WNT, de aanleiding voor de samenstelling van de nieuwe spelling.
  • http://www.dbnl.org/tekst/
    Een toespraak van Matthias de Vries uit 1869 over de wijze waarop de plaatsnaam Leiden moet worden geschreven: Leyden (oude spelling) of Leiden (nieuwe spelling)?