In 1804 werd de spelling voor het eerst in de geschiedenis van het Nederlands officieel geregeld. In 1801 kreeg de taalgeleerde Matthijs Siegenbeek van de overheid de opdracht om een uniforme spelling op te stellen. Deze spelling verscheen onder de naam Verhandeling over de Nederduitsche spelling ter bevordering van de eenparigheid in dezelve. Een jaar daarna vatte hij deze voor het onderwijs samen in het Kort begrip en kwam hij met het Woordenboek voor de Nederduitsche spelling.

Spelling mag niet te veel afwijken van bestaande schrijfwijze

Siegenbeek vond dat de spelling in principe zo veel mogelijk gebaseerd moest zijn op de uitspraak en dat er niet te veel afgeweken moest worden van hoe er al gespeld werd. Bovendien wilde hij rekening houden met principes als gelijkvormigheid: dezelfde soort woorden moesten op dezelfde manier worden geschreven. Zo spelde Siegenbeek gebrekkig in plaats van gebrekig. Het meervoud van gebrek was namelijk gebrekken, vond hij. Het was immers ook gesprekken naast gesprek. Gebrekkig werd bovendien ook het meest gebruikt en het lag daarom voor de hand om daar niet van af te wijken.

Een aantal beslissingen van de spelling-Siegenbeek werden overigens al genomen in 1777 door de destijds gezaghebbende geschiedschrijver Jan Wagenaar. Siegenbeek koos in navolging van deze schrijver bijvoorbeeld voor de ij en de aa, in plaats van de y en de ae. Typische Siegenbeek-woorden zijn: vleijen, gooijen, kagchel, berigt, Junij, Dingsdag en Zaturdag.

In het boek Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands (1839) schrijft Jan Baptist David het volgende over de Siegenbeekse spelling:

“Sedert dat den hoogleeraer Siegenbeek zyne Verhandeling over de nederduytsche spelling heeft uytgegeven (...) mag men zeggen dat er by de Hollanders gelykvormigheyd in het spraekkunstige en eenparigheyd in de spelling heerscht.”

 

Bilderdijk niet eens met spelling-Siegenbeek

De spelling van Siegenbeek werd niet door iedereen even goed ontvangen. De grootste kritiek kwam van de schrijver Willem Bilderdijk (1756-1831), maar ook van latere romantici zoals Nicolaas Beets (1814-1903). Hun felste kritiek bestond eruit dat ze de 'eenparigheid' (eenheid) van de spelling, die de overheid juist zo graag wilde, een 'uitvinding van de duivel' vonden. Ze moesten niets hebben van een van boven opgelegde spelling. Bilderdijk schreef daarom niet strooijen maar strooien en niet lagchen maar lachen. Een aantal schrijvers volgden Bilderdijk, maar de rest van Nederland hield de spelling van Siegenbeek als richtlijn tot het moment dat er weer een nieuwe spelling kwam: de spelling-De Vries en Te Winkel in 1863.
 

Meer informatie over de spelling van Siegenbeek