'Raptus' | Ingmar Heytze | Onze Taal, juli/augustus 2002, blz. 217

Er bestaat een sketch van John Cleese waarin een man een boekhandel binnenloopt om een vogelgids te kopen. De gekúíste versie, welteverstaan: de editie zonder de jan-van-gent. Na een kort moment van verbijstering werpt de verkoper tegen dat de jan-van-gent een doodgewone vogel is, die in iedere vogelgids staat. Waarop de klant zegt: “Nou, ik mag ze niet. Ze hebben lange, nare snavels! Én ze schijten in hun eigen nest.” Waarop de verkoper de pagina met de jan-van-gent uit het boek scheurt. Verkoper: “Anders nog iets?” Klant: “Nou, ik heb het ook niet zo op roodborstjes …”

Dit lijkt een duidelijk geval van absurde humor, maar de samenstellers van de grote Van Dale worden regelmatig geconfronteerd met vergelijkbare verzoeken. Zo kwam de Stichting Eer en Herstelbetalingen Slachtoffers van de Slavernij in Suriname begin dit jaar in de pers omdat ze vond dat de woorden neger en creool dienden te worden geschrapt. Eerder wilde een Turkse Nederlander het woord Turk eruit hebben. Ook zijn er milieuactivisten die vinden dat uitdrukkingen als een hondse behandeling of werken als een paard uit het woordenboek moeten, want dat is dierenmishandeling. Ze doen me denken aan de idioten die in bibliotheekboeken op zoek gaan naar schuttingwoorden om die door te krassen. Voor je het weet moet Aap, Noot, Mies ook op de helling wegens exploitatie van schapen, minderjarige modellen en culturele stereotypering van de agrarische sector. Anders nog iets? Jazeker. De taalwetenschapper Henk Verkuyl zette een lange analyse op internet waarin hij een aantal voorbeelden van antisemitisme in Van Dale geeft. Ik kan niet goed beoordelen of hij gelijk heeft. Wat ik wel weet, is dit: naar racisme, antisemitisme en andere ideologische stupiditeiten hoef je niet op zoek te gaan in het woordenboek zolang je ze nog op elke straathoek kunt vinden. De meeste actieve beoefenaars ervan zijn niet in het bezit van de grote Van Dale. En als ze dat wél zijn, slaan ze hem niet op ter bevestiging van hun ideeën.

Het is vreemd dat veel van dergelijke acties gericht zijn op het verwíjderen van woorden. De achterliggende gedachte moet wel zijn dat een woord dat niet in Van Dale staat, vanzelf wel zal verdwijnen. De bestrijding van racisme en dierenleed kun je beter niet overlaten aan mensen die zo naïef zijn. Een woordenboek is een verklarend boekwerk. Er staat dus niet in welke woorden je moet gebruiken, maar wat de woorden die je gebruikt – of overweegt te gebruiken – zo ongeveer betékenen. En passant kom je erachter hoe het woord gespeld moet worden en wellicht waar het vandaan komt – al zijn er voor de herkomst van een woord natuurlijk ook etymologische woordenboeken voorhanden. Zeker bij woorden die als racistisch opgevat kunnen worden, lijkt het me levensgevaarlijk om ze zomaar weg te halen. Een toonaangevend woordenboek is immers bij uitstek de plaats om een woord van de juiste uitleg te voorzien. Ook de Nederlandse taal kan nooit politiek correcter zijn dan haar sprekers. Voor alles wat mensen elkaar aan moois of lelijks willen vertellen, bestaan woorden. Lieve en harde woorden, verheven en platvloerse woorden, verstandige en belachelijke woorden. Ieder woordenboek is de spiegel van de ziel. Sla hem stuk en je tast voorgoed in het duister.

Het lijkt me trouwens een lexicografische uitdaging van de eerste orde om een kleine Van Dale van Incorrecte Woorden uit te brengen, waarin alle mogelijke foute woorden van vroeger en nu uitgebreid van context en uitleg worden voorzien. Ik zie het voor me: bloedrode kaft, zwarte bladzijden en ivoorwitte, gotische letters. Gegarandeerde bestseller.


<< juni 2002 | september 2002 >>

Dossier 'Raptus'