'Raptus' | Ingmar Heytze | Onze Taal, januari 2003, blz. 18

Een van de charmantste nieuwe communicatiemiddelen is sms. Voor de schaarse lezers die nog niet in het bezit zijn van een mobieltje: sms (oftewel short message service) biedt de gebruiker van een mobiele telefoon de mogelijkheid om een berichtje van maximaal 160 karakters naar een andere mobiele telefoon te sturen. Het aardige aan sms is dat de ontvanger de telefoon er niet voor hoeft op te nemen; het berichtje komt eenvoudigweg binnen, net zoals je een brief in de bus krijgt. Daarmee is het een van de geheimzinnigste manieren om je mobiele telefoon te gebruiken: je kunt zelfs berichtjes heen en weer sturen zonder dat iemand anders het merkt. Sms is in feite een elektronisch eerherstel van het meest romantische medium ooit: de postduif.

Daar zit natuurlijk poëzie in. Zelfs een ziekelijk verlegen type moet in staat worden geacht om per sms een mooi gedicht bij zijn beoogde liefde te krijgen. Omdat 160 tekens niet veel is, dient men het natuurlijk te zoeken in extreem korte gedichten. Een heel sonnet in vijven knippen en versturen is immers geen originele versierpoging, eerder een soort van stalking. Het hevig comprimeren van woorden en zinnen in sms-slang is ook geen optie. De mededeling “Natuur is voor tevredenen of legen” verliest haar schoonheid als het wordt omgezet in bijvoorbeeld 'Natr=4 tvrdnn of legn.' De ware sms-romanticus schrijft zijn gedichten voluit op de volgende manier: titel#dichtregels, nieuwe regels aangegeven door/en in het geval van witregels door//, met na het gedicht#de naam van de dichter. Om een voorbeeld te geven: “Heelal#Hoe verder men keek,/hoe groter het leek.# J.A. Deelder” (62 tekens). Het kan natuurlijk nóg korter: “Wie van ons twee heeft de ander bedacht?#Paul Éluard”.

Uiteraard zijn haiku's zeer geschikt voor doorgifte via sms: met zeventien lettergrepen is de kans dat men de 160 tekens overschrijdt immers niet groot. “Geen vrouw heeft zo een/glimlach als die van jou van/teder brekend glas#Hans Andreus” is bijvoorbeeld maar 84 tekens. Minder romantisch, maar op zijn minst goed voor een glimlach is “geen haiku#vlinder in de trein/mijn god dacht ik als daar maar/geen haiku van komt#Ilja L. Pfeijffer” (99 tekens). Toch valt er ook in de vrije vorm veel te genieten. De klassieker “The early seventies#’s Ochtendsvroeg/deed ik al hasj/in m'n yoghurt//Had je een drukke dag/als je een brief/moest posten#Bart Chabot” mag hier uiteraard niet onvermeld blijven. Een andere klassieker: “Zeer vrij naar het Chinees#De zon gaat op, de zon gaat onder./Wat doet die boer nou toch weer?#Riekus Waskowsky” kan door de belezen sms'er direct worden beantwoord met “Zeer vrij naar het Chinees#de zon komt op, de zon gaat onder./langzaam telt de oude boer zijn kloten.#C. Buddingh'”.

Nog enkele uiterst geschikte verzen: “dag ver weg meisje,/hoe is het daar?/ver weg?/ja?/hier ook,/behoorlijk ver weg zelfs,/er is hier helemaal niemand#Ruben van Gogh”; “Luxe#Een luxe om te dichten/in deze gruwelijke tijd/zeg nooit dat u een dichter is/tegen geteisterde lieden#A. Moonen”; “Toen er nog geen auto’s waren/en geen brommers, we geen/radio hadden en geen TV,/toen waren we ook niet gelukkig.#Wim de Vries”; “Liefde#Een zeepbel is niet te verwerven/ook liefde sterft aan de opperhuid./Nakijken, dromen, derven/maken de waarde uit.#Hans Warren”. En vraag me niet hoe het kan, maar het lijkt wel of de dichter het erop heeft uitgemikt: “Ga nu maar liggen liefste in de tuin,/de lege plekken in het hoge gras, ik heb/altijd gewild dat ik dat was, een lege/plek voor iemand, om te blijven.#R. Kopland” is precies 160 tekens!

U kunt natuurlijk ook zelf aan de slag. De Engelse krant The Guardian hield in november 2002 een sms-gedichtenwedstrijd en publiceerde de leukste inzendingen op http://books.guardian.co.uk/departments/poetry/story/0,6000,482405,00.html.


<< december 2002 | februari/maart 2003 >>

Dossier 'Raptus'