Juryrapport Taalboekenprijs 2020

De taalboekenprijs die Onze Taal, het Algemeen-Nederlands Verbond en dagblad Trouw in 2019 in het leven hebben geroepen, is een prijs voor het beste taalboek van het afgelopen jaar – een boek dat bedoeld is voor een breed publiek, en dat oorspronkelijk, goed geschreven en taalkundig relevant is. De prijs wordt nu voor de tweede keer uitgereikt, en net als vorig jaar kwamen er in eerste instantie zo’n vijfentwintig taalboeken in aanmerking – één boek per twee weken. De beste zes boeken kwamen op de shortlist terecht, een mooie en gevarieerde lijst titels. In alfabetische volgorde:

1 15 eeuwen Nederlandse taal van Nicoline van der Sijs: een gedegen en lezenswaardige geschiedenis van het Nederlands.
2 Cruijffiaans van Rob Siekmann: een grondige en waarschijnlijk definitieve inventarisatie en analyse van (bijna) alles wat Cruijff ooit in interviews gezegd heeft.
3 De geniale eenvoud van taal van Hedde Zeijlstra: een helder, informatief en prettig leesbaar boek over hoe taal werkt, en wat we daar wel en nog niet van weten.
4 De handen van Cicero: veertien scherpe en verhelderende visies op de rol van retorica in tijden van grote mondigheid.
5 Smibanese woordenboek 2.0 van Soortkill: een ongedwongen en eigengereid woordenboek van de straattaal van de Bijlmer.
6 Wat je zegt, gaat vanzelf van de in augustus overleden Liesbeth Koenen: korte maar krachtige columns over de taal om ons heen.

Zes bijzondere taalboeken, die de jury met veel plezier gelezen heeft, en die eigenlijk alleen als (gezamenlijk) nadeel hadden dat ze nogal van elkaar verschilden – qua onderwerp, maar vooral ook qua aanpak en insteek. Dat belette de jury niet om tot een overtuigende winnaar te komen: een indrukwekkend overzichtswerk, boeiend én informatief, met aandacht voor de grote lijnen en de kleine details, dat niet alleen laat zien hoe onze taal is veranderd, maar vooral ook waarom en waardoor ze is veranderd: 15 eeuwen Nederlandse taal van Nicoline van der Sijs.

15 eeuwen Nederlandse taal is een biografie van het Nederlands, en Nicoline van der Sijs kiest voor die ‘levensbeschrijving’ een actueel, hedendaags perspectief. Ze laat zien hoe maatschappelijke ontwikkelingen, migratie en contacten met andere talen en taalvarianten voortdurend van invloed zijn geweest op onze taal. Op de van haar bekende deskundige en erudiete wijze plaatst ze taalontwikkeling in een historische en maatschappelijk context, en laat zo zien dat taalverandering minder toevallig is dan je op het eerste gezicht zou denken.

15 eeuwen Nederlandse taal heeft een goed doordachte structuur, en hoewel Van der Sijs vaak ingaat op details en wetenswaardigheden, verliest ze het grote verhaal van de taal nooit uit het oog. Dat alles resulteert in een boek dat zowel voor de liefhebber als voor de kenner een lust is om te lezen, en waar ook de leek veel plezier aan kan beleven. Of zoals een van de juryleden verzuchtte: “Neem een enthousiaste docent Nederlands en dit inspirerende boek, en de toekomst van het schoolvak Nederlands ziet er meteen een stuk rooskleuriger uit.”

Den Haag, 10 oktober 2020