Dit najaar wordt voor het eerst de Onze Taal/ANV-taalboekenprijs toegekend. De shortlist bestaat uit de volgende boeken

Gaston Dorren: Babel. De twintig reuzentalen van de wereld (Athenaeum— Polak & Van Gennep)
• Twintig gedegen en originele portretten van de grootste talen ter wereld.

Babel portretteert de twintig grootste talen ter wereld (de “reuzentalen”): van het Engels, Chinees, Spaans, Hindi en Arabisch tot het Javaans, Turks, Tamil, Koreaans en Vietnamees. Ze krijgen ieder een hoofdstuk toebedeeld, waarin auteur Gaston Dorren eerst een profiel van de taal schetst met basisgegevens over grammatica, klanken en schrift. Vervolgens schetst hij een portret van de taal, telkens aan de hand van een centrale vraag, bijvoorbeeld: “Wat betekent het nou eigenlijk dat het Russisch ‘verwant’ is aan het Nederlands?”, “Hoe kunnen niet-alfabetische schriften zoals die van India en China dezelfde klus klaren als onze 26 letters?” of “Hoe komt het dat de koloniale veroveringen van het kleine Portugal zijn landstaal wel over de wereld hebben verspreid, maar die van het kleine Nederland niet?’

Siemon Reker: Dat gezegd hebbend. Taal in politiek Den Haag na 1950 (In Boekvorm)
• Een grondige inventarisatie van zeventig jaar politiek taalgebruik.

Dat gezegd hebbend van emeritus hoogleraar Siemon Reker is een lijvig woordenboek van de taal van politiek Den Haag, of, zoals hij het zelf noemt, ‘het Binnenhofs’. Het boek bestrijkt zeventig jaar politieke geschiedenis en bevat typerende termen die in Den Haag in zwang waren of nog steeds zijn, bijvoorbeeld deconfiture, groen licht, knelpuntennota, maakbaarheid, hoofdpijndossier, sweeping statements en lang verhaal kort. Sommige kregen zelfs landelijke bekendheid, zoals bepaaldelijk, Jan Modaal, linkse hobby, nepparlement, even dimmen, een vogelaartje doen en tegen de plinten klotsen. Alle termen worden gedateerd en uitvoerig toegelicht, en het boek is ontsloten met een persoonsregister.

‘Een mooie mengelmoes’. Meertaligheid in de Gouden Eeuw (Amsterdam University Press)
• De meertaligheid in de Lage Landen van de Gouden Eeuw benaderd via twee verrassende invalshoeken.

In ieder geval in de grotere steden leek de Nederlandse samenleving in de zeventiende eeuw sterk op die van vandaag: er was een grote variatie aan talen te horen, van allerhande streektalen tot allerlei buitenlands. In de geschriften uit die tijd is dat niet te zien, omdat daarin meestal juist gezocht werd naar eenheid: in de zeventiende eeuw ontstond het Nederlands als nationale taal. Hoe dat in zijn werk ging, en welke ontwikkelingen daarop allemaal van invloed waren, wordt beschreven in ‘Een mooie mengelmoes’. Marc van Oostendorp schrijft hierin over het ontstaan van het literaire Nederlands, en Nicoline van der Sijs onderzoekt hoe de standaardtaal zich in de kranten ontwikkelde – een ontwikkeling die op onverwachte manieren verschilde van die in de literaire taal.

Fieke Van der Gucht en Marten van der Meulen: Het groot Vlaams vloekboek en Het groot Nederlands vloekboek (Lannoo)
• Hoe we vloeken en schelden in Vlaanderen en Nederland, en waarom. Een kleurrijke uitgave over een kleurrijk onderwerp.

Wie vloekt of scheldt, is meestal niet in de stemming om stil te staan bij de woorden die hij gebruikt. Toch is daar veel over te vertellen. Het groot Nederlands vloekboek en Het groot Vlaams vloekboek gaan over veelgebruikte vloeken, scheldwoorden en verwensingen (zoals fuck, hufter, gladiool, lul, lijpo, sodeju en krijg de tyfus – en voor Vlaanderen dikke nek, klaf, kapoen, krapuul, nondeju en sloef). Waar komen ze vandaan, hoelang bestaan ze al, waarom gebruiken we juist deze woorden?

Lilian Stolk: Het zonderwoorden-boek. Waarom we steeds meer zeggen met emoji (Maven Publishing)
• Een vlot en alle aspecten bestrijkend stand-van-zakenboek over een zeer actueel onderwerp.

Emojideskundige Lilian Stolk gaat in Het zonder woorden-boek in op de niet meer weg te denken emoji’s: de smileys en andere tekens die onze online communicatie steeds vaker versoepelen. Het boek schetst de nog zo korte historie van emoji’s, en gaat in op de oorzaken van het succes, op de toepassingsmogelijkheden, op het effect ervan op onze emoties, en ook op de vraag hoe het komt dat we steeds meer gefocust zijn op beeld. Het boek sluit af met een blik in de toekomst en de provocerende vraag of er nog wel een rol zal zijn voor het alfabet. Stolk interviewde voor dit boek onder anderen de Japanse uitvinder van de emoji’s, de directeur van Unicode (de instantie die bepaalt welke emoji’s een officiële status krijgen), en ontwerpers die geld verdienen met het ontwikkelen van nieuwe communicatiesymbooltjes.

Paulien Cormelisse: Taal voor de leuk (eigen beheer)
• Sterke, met verwondering geschreven observaties van het taalgebruik om ons heen.

Het derde taalboek van Paulien Cornelisse, Taal voor de leuk, bevat weer allerlei observaties over eigenaardigheden in en van de Nederlandse taal – die door haar met laconieke verwondering beschreven worden. Onderwerpen die voorbijkomen, zijn geluiden in strips, het woord babyccino, het woord vandalist, waarom we soms ‘ja-ha’ of ‘neehee’ zeggen, mensen die ‘heul’ zeggen in plaats van ‘heel’, mensen die ‘o, kak!’ zeggen, wachtwoordirritaties, bijnaiku’s (‘bijna-haiku’s’), de namen Mies en Miep, dwangclichés (‘dwangmatig uitgesproken dooddoeners en platitudes’), Martinus Nijhoff en nog veel meer.