Dit najaar wordt voor de tweede keer de Onze Taal/ANV-taalboekenprijs toegekend. De shortlist bestaat uit de volgende boeken:

Liesbeth Koenen: Wat je zegt, gaat vanzelf. 67 opgewekte taalverhalen (De Kring)
• Korte maar krachtige columns over de taal om ons heen.

Taal is eigenlijk een groot wonder, maar daar staat vrijwel niemand ooit bij stil. In haar boek Wat je zegt, gaat vanzelf doet de eind augustus overleden taalkundige en wetenschapsjournalist Liesbeth Koenen dat wel. In 67 stukjes – die eerder als columns verschenen in De Telegraaf – vertelt ze over “de lol en het wonder van de taal”: over gebarentaal, constructies als ‘ze reed te appen’, verkleinwoordjes, Engels in Amsterdam, het woord schoon, woorden die zoet klinken, de vraag wie de baas is van de taal, sterke werkwoorden, clichés, spellinggein, de ‘jaarwoordenzoeker’ van Onze Taal – en over wat je hersenen allemaal wel niet moeten doen om taal voort te brengen, hoewel het allemaal vanzelf lijkt te gaan.

Nicoline van der Sijs: 15 eeuwen Nederlandse taal (Sterck & De Vreese)
• Een gedegen en leerrijke geschiedenis van het Nederlands.

Hoe is het Nederlands ontstaan uit het Indo-Europees, de voorouder van de meeste Europese talen? In haar nieuwe boek 15 eeuwen Nederlandse taal beschrijft Nicoline van der Sijs gedegen en wetenschappelijk onderbouwd hoe die ontwikkeling heeft plaatsgevonden via het middeleeuwse Nederlands en via de verschillende stadia van het moderne Nederlands, tot de eenentwintigste eeuw aan toe. Per periode beschrijft ze de contacten met andere talen en de maatschappelijke ontwikkelingen die op onze taal van invloed waren, plus de veranderingen die er toen plaatsgrepen op het gebied van uitspraak, woordvorming en zinsbouw. Rode draad: het contact met andere talen is steeds een belangrijke oorzaak geweest van  taalverandering binnen het Nederlands.

Soortkill: Smibanese woordenboek 2.0 (Pluim)
• Ongedwongen en eigengereid woordenboek van de straatttaal van de Bijlmer.

Het ‘Smibanese’ is de straattaal van de Amsterdamse Bijlmermeer, en de woordenschat ervan is nu beschreven in Smibanese woordenboek 2.0. Het Smibanese bestaat uit woorden uit het Sranan, Engels, Papiaments, Marokkaans, Turks, Ghanees en Nederlands; veel woorden komen ook voor in de straattaal van andere grote steden. Een kenmerk van de taal is dat veel gewone woorden worden omgedraaid. Een voorbeeld: de bijnaam van de Bijlmer is Bims, en dat wordt omgekeerd tot Smib – vandaar Smibanese. Ook het woordenboek zelf is achterstevoren opgezet: het begint met zip en besluit met abbo (‘abonnement’). In het novembernummer van Onze Taal verscheen al een artikel over dit boek.

Diverse auteurs: De handen van Cicero (Historische Uitgeverij)
• Veertien visies op de rol van retorica in tijden van grote mondigheid.

In deze tijden waarin iedereen altijd en overal zijn mening kan ventileren, lijkt het een goed idee om je te verdiepen in de retorica, niet zozeer om je eigen welsprekendheid te vergroten, maar “omdat de macht over het woord eenieder in staat stelt de woorden en de daden te wegen (…) van hen die publiek het woord voeren”. Aldus filosoof Coen Simon in zijn woord vooraf bij De handen van Cicero, een bundel met “retorische antwoorden op de retoriek van onze tijd”. Het boek bevat essays van bekende schrijvers als Bas Heijne, Jan Kuitenbrouwer, Arnon Grunberg, Arjen van Veelen en Piet Gerbrandy (en nog negen anderen), die allemaal ingaan op de hedendaagse retoriek, of in de woorden van Jan Kuitenbrouwer: “de taal van chaos en spektakel, ophef en schandaal, superlatieven en extremen”.

Rob Siekmann: Cruijffiaans. Uitspraken, gedachtegoed en voetbalvisie: een thematisch totaaloverzicht (20/10)
• Een inventarisatie en analyse van alles wat Cruijff ooit in interviews gezegd heeft. 

Er is geen Nederlander over wiens taalgebruik zoveel is geschreven als de legendarische voetballer Johan Cruijff. Het definitieve boek over Cruijffs taal is het lijvige en gedegen Cruijffiaans van voormalig hoogleraar sportrecht Rob Siekmann. In zijn boek heeft hij een enorme hoeveelheid uitspraken van Cruijff opgenomen, en die geordend op onderwerp en van annotaties en commentaar voorzien. Heel veel hoofdstukken gaan over voetbal en alles wat daarmee samenhangt, maar in het hoofdstuk ‘Cruijff over Cruijff’ komt ook voorbij wat hij allemaal gezegd heeft over bijvoorbeeld kleding, politiek, levensbeschouwing, verliefdheid, zakendoen en vreemde talen (“Ik vind het [Spaans] trouwens gemakkelijk om te schrijven: precies zoals je het uitspreekt. Maar eerlijk gezegd schrijf ik in geen enkele taal.”). Aan het eind van het boek worden “algemene conclusies getrokken voor wat betreft Cruijffs gedachtegoed en voetbalvisie”. 

Hedde Zeijlstra: De geniale eenvoud van taal. Wat ons allemaal tot talenwonder maakt (Wereldbibliotheek)
• Hoe taal werkt, en wat we daar wel en nog niet van weten.

Hoe kan het dat we elkaar door taal begrijpen? Hoe is taal ooit ontstaan? Hoe kan het dat we in de eerste drie, vier jaar van ons leven onze moedertaal zo perfect leren spreken? De antwoorden op al deze vragen (en vele andere) zijn pas gedeeltelijk gevonden, maar laten wel zien dat taal een complex wonder is. Tegelijkertijd ontdekken taalkundigen dat de werking ervan vaak een wonder van eenvoud is. Hedde Zeijlstra is hoogleraar taalkunde aan de universiteit van het Duitse Göttingen, en in zijn boek De geniale eenvoud van taal vertelt hij enthousiast én duidelijk wat wetenschappers allemaal al ontdekt hebben over de werking van taal. Over Chomsky en zijn universele grammatica, die ervoor zorgde dat het taalkundig onderzoek in een stroomversnelling raakte. Over de bouwstenen en regels die iedere taal heeft, over de verschillen tussen talen, en over de toekomst van onze taal en het onderzoek daarnaar. En en passant schetst hij ook een beeld van wat we allemaal nog níét weten.