etymologie
- Aanbelanden: in Amsterdam aanbeland
- Allochtonen
- Amazone
- Ammehoela!
- Antedateren / antidateren
- In arren moede / in arremoede, van armoede
- Asjeweine / kassiewijne / kasjewijne / kassiewijle
- Autoped
- Balorig
- Bedoening / bedoeling
- Er bekaaid vanaf komen
- Bekaf zijn
- The Big Apple
- Blauwkous
- Bockbier
- Boterham
- Braband / Brabant, Brabanders
- Broodje aap, broodjeaapverhaal
- Buitenbeentje
- Contradictio in terminis / terminus
- Dagen van de week
- December: 10e / 12e maand
- Diëtetiek / diëtiek
- Dilemma
- Doerak
- Duim (lengtemaat)
- Ben ik van Duitsen / Dietsen bloed
- Duivenkaters / duivekaters
- Dutch
- Eieren / eien
- Epibreren
- Fiebelefors
- De gedoodverfde winnaar
- Guichelheil
- Halloween
- Hamburger
- Hamvraag
- Hand-en-spandiensten
- Hartstikke / hardstikke
- Hattrick (betekenis)
- Hectiek
- Hermetisch gesloten
- IJ: oorsprong van de lange ij
- Kant-en-klaar
- Kattebelletje / kattenbelletje
- Kielekiele
- Kikkererwt
- Klerelijer
- Knoflook
- Komkommertijd
- Lakmoesproef
- Leid-raad / lei-draad
- Leuningbijter
- Lewaja
- Limerick
- Loftuitingen
- & (ampersand): oorsprong
- Namen van maanden
- Alternatieve maandnamen
- Macho
- Masochisme
- Mensch (oude spelling)
- Mieters!
- Onstuimig
- Oubollig
- Een dikke pil
- Polshoogte / poolshoogte nemen
- Rascisme / racisme
- Radstake
- Een razende roeland
- Niet voor rede / reden vatbaar
- Je (niet) laten ringeloren
- Een robbertje vechten
- Mensch en huis (wanneer vroeger -sch?)
- Schrijlings
- Schwalbe
- Sikkeneurig
- Sinterklaas kapoentje
- Sjasliek
- Sperzieboon / spercieboon
- Stennis maken, trappen, schoppen
- Stokpaardje
- Strijk-en-zet
- Succes
- Toast / toost
- Tot daar aan toe / tot daaraantoe / tot daarentoe
- Veertig, vijftig, zestig, zeventig
- Ver- in familienamen
- Verdieping / verhoging
- Verstandskies
- Viennoiserie
- Volksetymologie
- Vuurproef
- In de war zijn
- Wierook
- Woordgeslachten: hoe zijn ze ontstaan
- Zeperd
- Zooitje / zootje






