Woordeloos / woordenloos
Volgens het Witte Boekje is het allebei mogelijk; volgens het officiële Groene Boekje is alleen woordeloos correct.
Woorde(n)loos is een zogenoemde afleiding – een woord waarvan niet alle delen zelfstandig (in dezelfde betekenis) kunnen voorkomen. Andere voorbeelden van afleidingen zijn woorden die eindigen op -lijk, -dom en -achtig: plaatselijk, sterrendom en lenteachtig.
Bij de meeste van deze woorden is bijna iedereen het erover eens welke vorm het best is. In de meeste gevallen vermelden het Groene en het Witte Boekje dan ook dezelfde schrijfwijze:
- Afleidingen op -lijk, -ig, -achtig en -ling(s) worden zonder tussen-n geschreven: kerkelijk, namelijk, hopelijk, houterig, antilopeachtig, zwakkeling, beurtelings, ruggelings.
- In woorden die eindigen op -dom komt altijd een tussen-n: christendom, jodendom, godendom, regentendom, vorstendom.
- Als het eerste deel zelf al op een n eindigt, blijft die behouden: hersenloos, wezenlijk, leugenachtig, gezamenlijk (zamen is hier een oudere variant van samen).
In woorden die eindigen op -loos komt meestal geen tussen-n voor (hopeloos, tomeloos, enz.), maar volgens het Witte Boekje is een tussen-n prima als het meervoud van het eerste deel veel nadruk krijgt: ideeënloos ('zonder ideeën'), een grenzenloos Europa ('zonder grenzen'), puntenloos onderaan staan ('zonder punten'). Volgens het Groene Boekje krijgen woorden op -loos nooit een tussen-n, en is het dus ideeëloos, grenzeloos, punteloos.
Verwante adviezen
- Ideeënloos / ideeëloos
- Kosteloos / kostenloos
- Norme-en-waardeloos / normen-en-waardenloos
- Tussen-n: algemene regels






