Werkwoordelijke uitdrukking
Een werkwoordelijke uitdrukking is een vaste combinatie van een werkwoord en een of meer andere woorden die samen een betekeniseenheid vormen. Voorbeelden zijn in vuur en vlam staan en het hazepad kiezen. Werkwoordelijke uitdrukkingen hebben volgens de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS, 1997) meestal een figuurlijke betekenis en zijn (vrijwel) onveranderlijk: je kunt niet zeggen in vuurtje en vlammetje staan of in vlam en vuur staan.
Binnen werkwoordelijke uitdrukkingen worden geen zinsdelen onderscheiden. In de zin 'Hij koos het hazepad' vormt koos het hazepad één geheel. Anders is dat in bijvoorbeeld 'Hij koos het smalste bergpad'; daarin kunnen we 'gewoon' de persoonsvorm koos en het lijdend voorwerp het smalste bergpad benoemen.
Andere voorbeelden van werkwoordelijke uitdrukkingen zijn: de kluts kwijtraken, met de noorderzon vertrekken, iemand op de kast jagen, een flater slaan, het hoofd verliezen, de plaat poetsen ('vertrekken'), iemand een poets bakken en de pijp aan Maarten geven.






