Schraalhans is keukenmeester
Als gezegd wordt dat 'schraalhans ergens keukenmeester is', wil dat meestal zeggen dat er weinig (lekker) eten te krijgen is. Er kan ook in het algemeen bedoeld worden dat iets nogal karig is, bijvoorbeeld: 'Op de obligatiemarkten was schraalhans deze week keukenmeester' (= 'het rendement was laag').
Schraalhans is volgens het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) een schertsende benaming voor iemand die niet veel te eten in huis heeft. Er kan ook een gierigaard mee bedoeld worden. Schraal wordt hier in de betekenis 'karig, sober, zuinig' gebruikt. De naam Hans kwam vroeger vaak voor in algemene persoonsaanduidingen, net als de namen Jan en Piet (vergelijk jan modaal, piet snot, enz.). De eigennaam Hans zit ook in hansworst ('raar figuur, belachelijk persoon'). Aanduidingen als een gelukshans, een pochhans, een hans snoeshaan ('een bluffer') en een hans onversaagd ('een durfal') zijn verouderd, maar een praalhans komt nog steeds weleens voor ('ijdele figuur, opschepper').
Een keukenmeester was vroeger ofwel een ambtenaar die toezicht hield op de keuken van een vorst, ofwel een opperkok, een chef de cuisine. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt bij keukenmeester: "Gierige Hans (...), Kaalhals (...), Schraalhans (...) is keukenmeester, er wordt schraal, mager, zuinig opgedischt; er is niet veel te eten." F.A. Stoett voegt daar nog een paar varianten aan toe, waaronder 'Schraalhans is keldermeester.' Een keldermeester is een opzichter van de wijnkelder.






