In het pak genaaid zijn
In het pak genaaid zijn betekent 'opgelicht zijn', 'bedrogen zijn'. Vaak zijn er met de getroffen partij politieke spelletjes of machtsspelletjes gespeeld: iemand is ingepalmd en/of overgehaald om iets te doen, en voelt zich achteraf bedrogen.
De uitdrukking is vermoedelijk gevormd op basis van de oudere uitdrukkingen iemand in het pak nemen/steken ('iemand oplichten, beetnemen'). K. ter Laan verwijst in zijn Nederlandse spreekwoorden, spreuken en zegswijzen bij de verklaring van iemand in het pak nemen naar het inbakeren van baby's. Het pak staat volgens hem voor de doeken en luiers waarin een kind vroeger gewikkeld werd, met als resultaat dat het zich niet kon bewegen. Zo kon iemand in het pak nemen/steken de betekenis 'iemand als een hulpeloze baby behandelen' krijgen, en van daaruit 'iemand benadelen/bedriegen'. Iemand in het pak nemen is volgens Ter Laan vergelijkbaar met iemand in de luren leggen, waarin met luren ook luiers werden bedoeld. F.A. Stoett vermeldt eveneens dat iemand in de luren leggen op hetzelfde neerkomt als iemand in het pak steken.
Met in het pak genaaid zijn is mogelijk oorspronkelijk bedoeld dat iemand niet alleen is 'ingepakt' door hem in doeken en luiers te wikkelen, maar dat er zelfs naald en draad aan te pas zijn gekomen. Het pak zit dus extra goed vast; degene die de ander in het pak heeft genaaid heeft geen half werk geleverd en hem (figuurlijk gesproken) echt flink benadeeld. Het is ook mogelijk dat iemand in het pak nemen/steken is vermengd met de jongere uitdrukking genaaid worden, die 'ernstig benadeeld worden, opgelicht worden' betekent. Genaaid is dan afgeleid van naaien in de betekenis 'neuken'; een betekenis die naaien overigens op zichzelf al ruim vijf eeuwen heeft.
Een andere (minder waarschijnlijke) verklaring die je weleens hoort, is dat in het pak genaaid worden verband houdt met de manier waarop zeelieden vroeger werden begraven. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt bij zeemansgraf: "het innaaien van een stoffelijk overschot in zeildoek, verzwaard met ijzer, om het daarna driemaal rond het schip te dragen en het dan na rede en gebed van de Kapitein met ceremonieel na 'één-twee-drie-in Godsnaam', overboord te zetten".






