Hom of kuit
Er zijn taalkwesties waarover heel verschillend kan worden gedacht. Taalkundige Frank Jansen behandelt iedere maand zo'n kwestie, en nodigt iedereen uit te reageren.
Wijzen taalfouten op onhelder denken?
Onlangs overleed oud-NRC Handelsblad-columnist J.L. Heldring. De grondslag van zijn taalkritiek is dat iemand die taalfouten maakt, gebrekkig nadenkt (zie ook het interview met hem in het juninummer van Onze Taal). Vindt u ook dat er een dergelijke dwingende relatie bestaat?
Voorstander
Veel van de fouten die Heldring signaleerde, zijn onmiskenbaar ontstaan doordat de makers ervan twee manieren om iets te verwoorden verwarden. Neem bijvoorbeeld een van zijn beroemdste stenen des aanstoots: 'Piet is een van de weinigen die deze taal kent’; dat laatste moet dan 'kennen' zijn. Aan deze zin liggen twee gedachten ten grondslag: ‘Piet kent deze taal’ en ‘Weinigen kennen deze taal.’ Iedereen zal het met Heldring eens zijn dat maar weinigen die de foute zin op papier zetten, ook zinnen zullen schrijven als ‘Piet kennen deze taal’ of ‘Weinigen kent deze taal.’ Dat bewijst dat de fout in de eerste zin niet veroorzaakt wordt door onwetendheid over de regels van het Nederlands (in dit geval van de vormovereenstemming tussen onderwerp en werkwoord), maar door onvoldoende inzicht in de zin waarop die regel moet worden toegepast.
Het toepassen van een eenvoudige regel in een ingewikkelde situatie vergt nadenken, of beter gezegd: dat ís nadenken. De volgende stap, die Heldring zelf overigens zelden of nooit heeft gezet, is: wie deze vorm van nadenken niet beheerst, of ervoor terugschrikt, zal misschien geneigd zijn om ook over andere problemen onvoldoende na te denken. Was alles maar zo simpel. Er is geen speld tussen te krijgen!
Tegenstander
Aangenomen dat de regel van de vormovereenstemming echt simpel is, dan betekent dat nog niet dat ook de toepassing van die regel altijd even simpel zal zijn. Soms heeft een schrijver een zó lange en ingewikkelde zin gemaakt dat hij verdwaalt als hij zoekt wat ook alweer het onderwerp van de zin was. Maar de dubbelzinnigheid van zinnen is een nog groter obstakel. Wie bij de zin ‘Piet is een van de weinigen die deze taal kent’ het rode potlood hanteert, neemt aan dat het woordje die slaat op de weinigen. Dat kan, maar het hoeft niet. Veel Nederlandse taalgebruikers betrekken die hier op een, de kern van de woordgroepeen van de weinigen. Ze begrijpen de zin dan als: ‘Er zijn maar weinigen die deze taal spreken. Een van die weinigen is Piet.’
Er zijn dus twee interpretaties mogelijk. De vraag welke interpretatie de maker voor ogen stond, kunnen we eigenlijk alleen beantwoorden door de zin die hij maakte welwillend te bestuderen. Hieruit volgt niet dat taalfouten niet bestaan. Er volgt ook niet uit dat de schrijver van de zin ‘Piet is een van de weinigen die deze taal kent’ niet nagedacht heeft. Wat we hier wél uit kunnen afleiden, is dat nadenken over de toepassing van zinsbouwregels verschilt van andere vormen van nadenken, zoals over de oplossing van een rekensom of over de toekomst van de Europese Unie.
En laten we eerlijk zijn. Dat wist u toch allang? Iedereen kent toch wel personen die prima nadenken in beroepssituaties, maar die wel elke brief moeten laten controleren op taalfoutjes?
Wat vindt u ervan?
Wijzen taalfouten op onhelder denken?
Meningen van bezoekers - Er zijn 6 reacties
-
Will Tinnemans - geplaatst op 21 mei 2013
Het lijkt me moeilijk houdbaar dat er een dwingend verband is tussen het maken van taalfouten en gebrekkig nadenken. Ik heb de afgelopen 25 jaar heel wat artikelen en boeken geredigeerd van mensen die hooggeschoold zijn, helder nadenken en opvallend creatief zijn in het leggen van verbanden tussen ontwikkelingen op heel uiteenlopende terreinen. Toch maken ze - soms extreem veel - taalfouten. Omdat Nederlands niet hun moedertaal is, bijvoorbeeld, maar ze zijn opgegroeid met buitenlandse talen of Nederlandse dialecten (Fries, Limburgs, Brabants, Twents). Of omdat hun taalvermogen door gebrekkig onderwijs niet optimaal ontwikkeld is. Of omdat ze weinig aanleg hebben voor taal.
Er zijn niet alleen verschillende oorzaken voor het maken van taalfouten, de ene taalfout is ook de andere niet. Het gehannes met koppeltekens, pannenkoeken en padde(n)stoelen, Groene en Witte boekjes, trema’s, neologismen, leenwoorden en digi-taal versluiert de Enige Echte Norm, die in Heldrings hoogtijdagen glashelder was (al bleef mijn in 1912 geboren vader hardnekkig ‘menschen’ schrijven en had mijn in 1919 geboren moeder het een tijdje goed toen ze ‘insect’ schreef, toen een tijdje niet en nu weer wel).
En tot slot: ik ken mensen die perfect en fraai Nederlands schrijven, maar die de ene na de andere fout maken als ze de taal spreken. (Ex-premier Lubbers is daar een voorbeeld van.) Omgekeerd komt ook voor.
Teksten kun je laten redigeren, spreektaal laat zich wat lastiger perfectioneren. Maar ach, taal is één van de hulpmiddelen om intermenselijke contacten te onderhouden. Als iemand goed duidelijk kan maken wat hij bedoelt en in staat is om adequaat te reageren op anderen, heeft hij dat hulpmiddel voldoende onder de knie om sociaal te functioneren. Hen wegzetten als mensen die gebrekkig nadenken, is op zichzelf een bewijs van gebrekkig nadenken. -
Hennie Oude essink - geplaatst op 21 mei 2013
Ik heb in de poll voor “nee” gestemd maar vind de vraagstelling te ongenuanceerd. Wij moeten onderscheid maken tussen taalfouten en spelfouten. spelfouten hebben niets met helder denken te maken. Bij taalfouten is er een onderscheid te maken tussen het foutief gebruik van woorden en hun functies; ook daar zou ik niet van gebrek aan helder denken spreken, maar eerder gebrekkige kennis van de taal. Als het gaat om het niet in staat staat zijn een ingewikkelde zinsconstructie tot een goed einde te brengen, kan hieraan een gebrek aan helder denken ten grondslag liggen.
-
Machteld - geplaatst op 21 mei 2013
Het maken van taalfouten wijst vooral op nonchalance en prioriteiten stellen. Eventueel nog dyslexie en luiheid. Correct formuleren is vaak niet nodig om een ander je zin te laten begrijpen, dat geldt ook voor correct spellen. Dus waarom moeite doen om alles correct te formuleren of te spellen?
Niet dat ik er zelf zo over denk; ik formuleer en spel bij voorkeur correct en stop daar ook energie in.
Ik ken veel mensen die uitstekend logisch kunnen denken maar niet de moeite nemen om logica toe te passen op hun schrijfsels. Voor hen is dat verspilde energie. -
rob beentjes - geplaatst op 21 mei 2013
je kunt het misschien beter omdraaien: mensen die niet heel helder denken schrijven doorgaans ook niet helder.
-
Jasper - geplaatst op 21 mei 2013
Het toepassen van logica is heel erg het toepassen van regels, dus daar in heb je ongelijk. Taal gaat over communiceren. Taalfouten hebben dus niks te maken met helder denken maar met helder communiceren. Om taalfouten hetzelfde te noemen als niet helder denken is om te zeggen dat iedereen die een vreemde taal spreekt niet helder kan denken. Het lijkt me een stelling van een taalkundige die niet verder kan zien dan zijn eigen vak. Logica fouten zijn een teken van niet helder denken, taalfouten een teken van een taal niet helemaal goed kunnen. Dat lijkt me geen probleem als de boodschap maar overkomt. Je moet de vorm ook niet verwarren met de inhoud.
-
Gonneke van Veldhuizen - geplaatst op 21 mei 2013
Taalfouten hebben (men zou ook kunnen zeggen ‘‘Het maken van taalfouten heeft’‘) te maken met het toepassen van regels, helder nadenken gaat over logica. Die twee hoeven zeer beslist niet bij elkaar te horen. Sterker nog: taalregels tarten nu en dan alle logica. Wanneer je, zoals ik, in het jaar 1962 voor het eerst hebt leren schrijven, heb je een aardig aantal taalregel wijzigingen langs zien komen. Het juist toepassen van al die veranderende regels heeft dan ook weinig met helder nadenken te maken, maar vooral van het kunnen bijhouden van alle veranderingen.






