Ergens kun je de spelling per direct verder vereenvoudigen en fonetiseren. Waarom niet een paart en ik wort, hij wort en gewilt?. Niks geen d’s, t’s en d-t’s, alles gewoon met een t, ben je van al het gezeur af. Ook nergens meer een tussen-n of een eind-n, want die spreekt toch niemenad meer uiit.
Toch denk ik dat mensen niet alleen vereenvoudiging zoeken, maar juist ook verbijzondering. We hebben hersencapaciteit genoeg om ook correct vreemde talen te leren schrijven en ook het vermogen om alle nieuwe info van de wereld te verwerken. Waarom zou je nix schrijven als je niks ook goed kan onthouden en onderscheiden?
Ik heb een idee over die verbijzondering en ook over de wijze waarop wij werkwoorden leren vervoegen. Dat gaat altijd via onderstaand rijtje:
ik vind
hij vindt
hij/zij vindt
wij vinden
zij vinden
u vindt
En dat is ook wel een filosofische afspiegeling van het menselijk bestaan. In de eerste plaats gaat het om onszelf, ons eigen ik, daarnaast de ander in de jij-, wi-j en zij-vorm. De wereld en werkelijkheid in een notendop. Ik denk dat we die verbijzondering van ons mens-zijn ook tot uitdruking brengen in de spraak van woorden en zinnen en in de spelling. Taal is denk ik niet alleen op zoek naar vereenvoudiging, maar ontwikke;lt zich juist ook om een zekere complexiteit en verbijzondering te bewaren. Maar of het echt zo werkt ...
