wat moet het zijn ? haar of zij ?
In mijn stoffige geheugen over taalregels denk ik het volgende over wat twijfel bij me oproept:
Wat moet je met een dame als zij? ( zoals zij is )
Wie moet met een dame als haar= je = onderwerp
dan is een dame als zij, lijdendvoorwerp, dus haar. Maar dan is de regel (zo)als zij (is)
Of onvolledige bijzin/ onderwerp:
Een dame zoals zij, wat moet je met haar. Dame (zo)als zij (is) is onderwerp
welke taalkundige regel bepaald de keus van de vorm haar of zij ) hem/ hij ) na het woord als. hem is het uiteraard een heer wat moet je met een heer als hij/ hem ![]()
In de zin : Wat moet je met een jongen als ik ? lijkt mij logisch, zoals ik .
Dus concludeer ik ook zoals zij maar het is 3e persoon.
Graag wat advies
